informatie over de sjako uit Armamentarianr. 19

Een 'hardnekkig hoofddeksel' bij de Koninklijke Landmacht van 1865-1985

Inleiding

In de aanvang der zestiger jaren van de vorige eeuw werden er door de Nederlandse legerleiding serieuze plannen beraamd om tot ingrijpende kledingwijzigingen te komen.

Dat er uit overwegingen, zowel van practische aard als die van de smaak, wel het een en ander diende te veranderen, daar was men het unaniem over eens. De kleurrijke Franse Armée van Keizer Napoleon III  kreeg bv. in 1858 en 1860, naast allerlei modieuze tenuewijzingen, ook fraaiere en ietwat lagere sjakotypen. 'Parijs', dat toen niet alleen als de inspirerende bron voor de civiele mode gold, was óók op het terrein van de vele ijdele zaken van de 'gloire militair' toonaangevend! En zoals het altijd gaat, vele naties, groot en klein in Europa en zelfs daarbuiten in Noord- en Zuidamerika, namen in betrekkelijk korte tijd zo'n militair modebeeld over. Ons koninkrijk, in vele aangelegenheden nog steeds Frans georienteerd, ontkwam natuurlijk niet aan deze zuidelijke militaire smaakinvloeden en volgde dan ook geruisloos deze modieuze veranderingen.

Mei 1865

Zoals gezegd, ook Nederland bleef niet achter en in de 'Recueil Militair'van mei 1865 werd 'Zijner Majesteits besluit No 51' bekend gemaakt, waarin bepaald werd, dat op 5 mei ingrijpende kledingveranderingen voor het leger zouden worden ingevoerd en waarbij o.a. véél aandacht werd besteed aan het nieuwe hoofddeksel: de sjako M1865.

Dit nieuwe model, lager, fraaier (kekker!) van uiterlijk dan de afgedankte M1854, mat aan de voorzijde 12 duimen en aan de achterzijde 18 duimen.

De bodem met bovenrand, de onderrand en de klep waren van zwart leder voor de korporaals en manschappen en voor de overige militairen van zwart lakleder. De onderzijde van de klep was voor allen van groene kleur.

De romp van deze sjako was overtrokken met donkerblauw laken vanaf de rang van adjudantonderofficier (en daarmee gelijkgestelden) en hoger.

Alleen bij de Jagers was voor deze categorie dit laken van donkergroene kleur. De overige onderofficieren droegen modellen, die bekleed waren met castoor, een zwarte fijne stof, waarmee men ook hoge hoeden mee overtrok. Korporaals en manschappen hadden de M1865 uitgevoerd in grof zwart haarvilt, óók bij de Jagers. De metalen delen aan dit model waren voor officieren, adjudant-onderofficieren en daarmee gelijkgestelden 'vuurverguld'of verzilverd, de overige militairen hadden geel koperen of wit metalen emblemen en monturen.

Het metalen beslag bestond uit: drie leeuwenkoppen met haken, stormketting, bal eventueel met 'tulp' voor de groep officieren e.a., lis met gladde knoop en het regiments-, korps-, of wapenembleem. Vanaf 1865 tot op heden hebben diverse metalen emblemen de M1865 opgesierd. (Zie bijgevoegde staat).

Véél van deze emblemata zijn bij de grote uniformveranderingen van 1897 met de sjako's verdwenen, behalve bij de Grenadiers, Jagers en de Vestingartillerie, waar de M 1865 gehandhaafd bleef.

Zo bleef'de opgaandezon', het ondergrond-embleern voorvele troepen te voet, gehandhaafd na een diensttijd van bijna 120 jaar bij de Koninklijke Landmacht, want in 1959 werd dit embleem wederom ingevoerd bij de Johan Willem Friso-Kapel, doch daarover later in dit artikel.

De nieuwe sjako eiste, evenals zijn 'voorgangers', véél onderhoud. Teneinde het regelmatig poetsen van het metalen beslag van de sjako's van korporaals en soldaten te vergemakkelijken, werden deze onderdelen voorzien van ogen, die dan weer met lederen spieën aan de binnenzijde van de van de romp werden bevestigd, want in die periode van ons leger moest 'Jan-soldaat' nog glimmen! Voor de overige militairen waren deze zaken, zoals gezegd, verguld en verzilverd en voorzien van ombuigpennen en er behoefde dus niet gepoetst te worden.

De legerleiding vond echter al snel dat geschitter niet bevorderlijk voor de veiligheid van de man te velde en liet toen stoffen banden vervaardigen, die rondom de romp van de sjako's werden aan gebracht: per slot, er diende (toen al!) gecamoufleerd te worden. De traditionele oranje kokarde, die zich onder de lis bevond, was voor de officieren en onderofficieren van geplooide zijde en voor de overige militairen van oranje geverfd leer, met een ingeperst plooien-motief'. De kinketting, bestaande uit schakels, was bij de korporaals en manschap---en op zwart leer gezet, bij de overigen op zwart fluweel.
Bij de cavalerie 1865-1866

Bij de Cavalerie (Dragonders) die in 1865 de bestaande rok moesten verwisselen voor de attila met het vele treswerk, werd zelfs nog ruim één jaar een sjako M1865 gedragen, die alweer in 1867 plaats moest maken voor de kolbak, i.v,m, de instelling van Huzarenregimenten. De romp van deze (zeldzame) sjako (het Koninklijk Legermuseurn bezit er een tweetal) die qua vorm conform was aan die van de overige legeronderdelen, was voor allen met indigoblauw laken overtrokken en aan de bovenband voorzien van een wit katoenen band of galon. Voor de adjudant-onderofficieren en hoger was deze uitmonstering van zilver. Tevens waren er op deze sjako een drietal dunne witte of zilveren biesjes aangebracht, die vanuit de zwart lederen of laklederen onderband verticaal naar de bovenband liepen.

Bovenaan de achterzijde bevond zich een korte lus van wit of zilveren koord, voorzien van een wit metalen knoop (dragondermodel) waarop een springende granaat. Aan deze knoop werd een vangsnoer met een schuiver bevestigd (tegen 't verlies van het hoofddeksel!). De voorzijde werd opgesierd met een grote halfbolle, wit katoenen of zilveren kokarde met een lange dito vier-koords-lis, eveneens voorzien van een dragonderknoop. Een zijden of lederen oranje kokarde was onder deze lis aangebracht.

Bij de grote tenue werden donkergroene afhangende haneveren gedragen vanaf de rang van adjudant-onderofficier en hoger. De overige cavaleristen hadden zwarte, tot op de klep afhangende, paardeharen pluimen. Deze sjako was verder voorzien van een zwart lederen of laklederen stormband met een zwart metalen rolgesp.

Het was een fraai hoofddeksel, dat helaas een kort bestaan beschoren was bij de eskadrons.

Bij de troepen te voet

Vanaf die bewuste 5 Mei 1865 hadden de officieren, onderofficieren en overige militairen van de Grenadiers en Jagers bij de'Grootetenue' enigmontuur van de M1854 overgehouden, zoals de 'schommels', de vangsnoeren met de 'spiegels' en de kwasten.

De officierssjako's werden voor deze grote tenue extra opgesierd met hangende of staande pluimen en torenhoge aigrette's voor alle hoofdofficieren. Dit laatste: deze fraaie vederbossen van de reiger voor alle hoofdofficieren, bleek op een vergissing te berusten! De Minister van Oorlog, J. W. Blanken, liet al bij een Koninklijk Besluit van 29 September 1865, No 65

bepalen, dat alléén de hoofdofficieren der Grenadiers en Jagers deze ceremoniële montering mochten dragen. Verschil diende er te zijn! Deze kortstondige ijdele vreugde werd wreed teruggedrongen, met één pennestreek!

Vanaf dit moment droegen, behalve de officieren der Grenadiers en Jagers, alle overige officieren, adjudant-onderofficieren en daarmee gelijkgestelden bij de 'Groote tenue' een 'regt opstaande pluim van struisveeren, ter hoogte van veertien duimen, in eene tulp van verguld of verzilverd metaal'.

Deze pluim was groen voor de tirailleurcompagnieën (deze situatie duurde slechts tot 1868) en wit voor de overigen. Bij de Grenadiers en Jagers kregen de subalterne officieren en de adjudant-onderofficieren afhangende haneveren, groen voor de flankeurs der Grenadiers en tot 1868 de Jagers, wit voor de overige Grenadiers.

Betreffende de 'schommels' oftewel een sjakoversiering van vier bijeengebonden strengen koord en de 'spiegels' met de kwasten het navolgende:

Officieren droegen e.e.a. uitgevoerd in gouden koord en goud- of zilverdraad die voor de adjudant-onderofficieren der Grenadiers was vermengd met ponceau-rode zijde en voor de Jagers met gele zijde. Voor de overige militairen van deze regimenten waren deze attributen uitgevoerd in witte katoen.

De muzikanten der Koninklijke Militaire Kapel droegen al deze 'passementerie' in een ponceau-rode-gele uitvoering en de leden van de latere Jagerskapel in een groen-witte combinatie. Deze uitbundige koordversiering bleef zo tot augustus 1914.

+ 1900

Rond de eeuwwisseling komen er veranderingen. Zoals reeds eerder opgemerkt: de internationale mode of smaak spreekt altijd een hartig woordje mee. Bestaande vormen en kleuren worden voorzichtig gewijzigd, van oorspronkelijke belijning wordt afgeweken en zoiets verspreidt zich dan met een snelheid ... ! De rechte, kekke klep van de '1865' werd ietwat 'vallend', de voorzijde van de romp helde ietwat achterover, de hoogte werd iets opgevoerd ... Het pittige model was eruit! Vanuit 'Parijs' kwamen deze verschijnselen en dan wordt zoiets dikwijls (klakkeloos) overgenomen.

Gelukkig waren er toen in Nederland vele kundige fabrikanten met gevoel voor goede smaak, die zich hielden aan de oorspronkelijke modellen van dit zwierige hoofddeksel, zodat deze smakeloze beïnvloeding gelukkig beperkt bleef. Hun produkten bleven stijlvol en daar durfden zij dan ook voor uit te komen. Bescheiden maakten ze reclame door in de binnenzijde van de sjako, tegen de bodem, in goud hun naam en adres te vermelden. Sommigen lieten merktekens achter op de metalen lis en wel op het omgebogen deel ervan.

Willern Pauwels en Zoon, een gerenommeerd bedrijf van militaire uitrustingstukken, zetten op deze plaats de letters: W. P. Z. Zijn sjako's waren chique van uitvoering en lagen te pronken in een deftige étalage in de even deftige, Hoogstraat te 's-Gravenhage en dat duurde zo tot in de aanvang der twintiger jaren.

Het is niet doenlijk alle fabrikanten en leveranciers hier te noemen, uit historisch oogpunt bezien is het echter toch wel juist er enigen (in alfabetische volgorde) te vermelden:

1) H. Blomjous, Militaire Equipementen, Den Haag
2) J. J. Froger en Zn., Amsterdam
3) C. en J. de Groot Utrecht, Fabrique Royale des Chapeaux
4) Gebrs. van Leer, Voorh. J. Niesink Utrecht
5)    Leydenroth en Zoon,Hofleveranciers, Den Haag
6)    Frans Pauwels's-Gravenhage, Koninklijke Fabriek van Hoeden en Militaire Equipementsstukken 1784
7) H. F. Segers en Zoon,Breda
8) Firma J. W. Schoonman Stoel, van Coothplein Breda
9) Fabriek van Militaire en Civiele Equipementen, W. Vervloet en Zoon, Papestraat 21 's-Gravenhage

In sommige sjako's stond alléén het rijkswapen in goud, of de tekst'Chapellerie fine Nouveaute', zelfs met een Engelse kroon en de riem van de Orde van de Kousenband!

Erg 'in' was ook de tekst 'Mode de Paris' met allerlei fraaie empire figuren, uiteraard óók in goud gedrukt op fraai kleurrijk papier.

De sjako werd door bovengenoemde firmanten geleverd in een blikken trommel of in een, met fraai papier beplakte kartonnen doos (met de naam van de fabrikant uiteraard op het deksel), de bijgeleverde pluim of de aigrette, tegen de mot keurig verpakt, in een dito koker.

De modelsjako, die de soldaat van de fourier op de rustkamer ontving, was van binnen van naturel leer met een zweetband van het zelfde materiaal. Wapennummers en aanmaakdata werden met witte of zwarte verf meestal tegen de bodem aangebracht. Werd de M1865 niet gedragen, dan stond hij te glimmen boven op het soldatenkastje op een vastgestelde plaats.

1912

Vanaf dit jaar, waarin wederom grote uniformwijzigingen voor de Koninklijke Landmacht plaatsvonden, werd de M1865, dit typisch 'Frans- aandoend' hoofddeksel, tijdelijk verdrongen door de nieuwe sjako M1912, een 'Duits-aandoend' model, de romp van grauwe-grijsgroene stof, voorzien van een klep aan voor- èn achterzijde.

Voor de Grenadiers en Jagers werd een uitzondering gemaakt; daar was de romp overtrokken met zwart laken (voor allen), alléén voor de Jagerofficieren en adjudant-onderofficieren van jagergroen laken.

De sjako M1865 bleef echter bij deze regimenten tot voorbeeld dienen, want bij ceremoniële plechtigheden werden de officierssjako's uitgedost met de oude aigrette's, pluimen, schommels en vangsnoeren. Na de demobilisatie in 191811919 kwam dit hoofddeksel maar mondjesmaat terug, om daarna tegen het einde der twintiger jaren gelukkig weer plaats te maken voor de M1865.

Tijdens het huwelijk van Prinses Juliana en Prins Bernhard in 1937 in de Grote Kerk te s-Gravenhage stonden op het erefront aldaar toch nog enige officieren, getooid met deze ceremoniële sjakomodellen M1912. Ook toen waren er lange afdraagtermijnen!

1914

Teruggaand in de uniformgeschiedenis van de Koninklijke Landmacht zien we Grenadiers en Jagers, en wel de grootverlofgangers, die bij het uitbreken van de mobilisatie in augustus 1914 wederom onder de wapens waren geroepen, in hun opkomstcentra aankomen, gekleed in de tenue's M1897 of het nieuwe 'grijs M1912', de donkere modelkepi's op het hoofd, maar de sjako M1865, compleet met al het koperen beslag, op de rol van de ransel!

Bij de uniformwijzingen van 1897 was naast de invoering van een nieuw model kepi voor deze regimenten, zoals eerder gezegd, de sjako bij de 'Groote tenue' gehandhaafd gebleven, evenals bij deVestingartillerie. Komt er dan een mobilisatie, nu, dan brengje zoiets weermee! Onze grote Nederlandse schilder van het militaire onderwerp, Jan Hoynck van Papendrecht, zag dit en heeft in die spannende dagen voor Nederland, gewapend met potlood, penseel en schetsboek, vele van die interessante tenue-waarnemingen voor het nageslacht vastgelegd. Door hem werd o.a. in de omgeving van Den Haag één der depóts van de Grenadiers en Jagers bezocht, waar hij bijzondere aandacht besteedde aan de M1865 in combinatie met allerlei uniformvariëteiten. Deze rake schetsen, aanwezig in de collectie van het Koninklijk Legermuseum, geven een duidelijk beeld van ons hoofddeksel in zijn 'laatste dagen bij de troep'.

Het is niet met zekerheid te zeggen, maar begin 1915 moet de legerleiding de nog in omloop zijnde modelexemplaren hebben ingenomen en doen vervangen door grauw laken veldmutsen en kepi's, die wel praktisch oogden voor die tijd, doch foeilelijk k waren van vorm en uitvoering.


Eigenlijk is die sjako M1865 nimmer officieel afgeschaft geworden, zelfs niet ná de mobilisatie 1914-1918, want reeds vanaf het midden der twintiger jaren droegen een aantal officieren der Regimenten Grenadiers en Jagers bij de ceremoniële tenue wéér dit hoofddeksel met afhangende haneveren in wit en donkergroen voor de subalterne officieren en met 'torenhoge' staande aigrette's in wit en zwart voor de hoofdofficieren van deze keurkorpsen. Uiteraard de witte voor de Grenadiers en de overigen voor de Jagerofficieren. Schommels en vangsnoeren met schuivers, alles van goud, completeerden wederom dit ceremonieel geheel. De mobilisatie 193911940 maakte een einde aan deze 'sjako met allure', vanzelfsprekend! Met de invoering van de nieuwe ceremoniële tenue voor de Garderegimenten Grenadiers en Jagers, t.g.v. de inhuldiging van Koningin Juliana in 1948 te Amsterdam, verdween voor deze legeronderdelen voorgoed de M1865!

Op een erefont tijdens deze feestelijkheden stonden in Amsterdam voor het laatst nog een aantal officieren getooid met dit ceremoniële hoofddeksel. Toch was het goed gezien van de legerleiding uit die dagen e.c.a. niet officieel af te schaffen', de M1865 begon aan een 'sluimerend bestaan'.

Assen 1959

Het was een goede gedachte van een aantal actieve ingezetenen van de oude garizoensstad Assen, in 1959, t.g.v. het 700-jarig bestaan van deze gemeente een comité te vormen, dat zich ging beijveren de reeds bestaande ceremoniële infanterietenue van de Johan Willem Friso-Kapelen het Tamboerkorps te completeren met de nog steeds bestaande sjako M1865.

Het resultaat van dit initiatief was, dat op 12 augustus van dat jaar, de tot nu toe gedragen donkerblauwe baret met de witte pluim 'feestelijk' werd vervangen door dat charmante 19e eeuwse hoofddeksel, dat met enige kleine veranderingen in kleur en uitvoering wederom in de gelederen van de Koninklijke Landmacht werd opgenomen.

De burgemeester van Assen en de toenmalige Commandant van de 4e Divisie, de Generaalmajoor F. v.d. Veen hielden daarbij zelfs toespraken. Het commando: 'Baret af, sjako op!' volgde en wederom (en wèl door de burgerij) werd een goede hoofddekseltraditie van het leger in ere hersteld.

Tenslotte geven de gekleurde prenten en andere afbeeldingen diverse gedetailleerde gegevens weer van de indertijd, door de legerleiding met zo veel zorg en gevoel voor goede smaak samengestelde sjako M1865.

Dit roemruchte exemplaar, dat ondanks allerlei gebeurtenissen als tenuewijzigingen, bezuinigingsmaatregelen, mobilisaties en oorlog gewoon niet 'weg te branden' was uit de Koninklijke Landmacht, wordt in mei 1985: 120 jaar!

Over een 'hardnekkig hoofddeksel' gesproken!

Emblemen op de sjako 'M1865' (1865-1985)

1) Granaat van verguld metaal: A) Plaatselijke Staf. B) Provinciale Staf, C) Bataljon Mineurs en Sappeurs. (Officieren en Adjudant-onderofficieren) D) Hoofdopzichters en Opzichters van Fortificatieën.

Granaat van geel metaal:
A) Bataljon Mineurs en Sappeurs. (Overige militairen)

B) Veldtelegrafisten en Werklieden.
C) Meester-werklieden en Schrijvers bij de Rijdende Artillerie

Subalternofficier, tot 1940 oflAdjudant onderofficier der Jagers, tot 1914.

Granaat van verzilverd metaal:
Officieren bij het personeel der Militaire Administratie, zoals Intendanten, Kwartiermakers,
Administrateurs van kleding en wapening, Hospitaal-Directeuren en Directeuren van 's-Rijks
Kledingmagazijnen,

2) Koninklijk wapen van verguld metaal: Militiecommissarissen.

Geneeskundige dienst:

3) Geneeskundig zinnebeeld van verguld metaal:
A) Officieren van gezondheid
B) Studenten van de militaire geneeskundige dienst

Geneeskundig zinnebeeld van verzilverd metaal: A) Paardenartsen B) Apothekers C) Studenten voor de pharmaceutische dienst.

4) Opgaande zon van geel metaal waarop de letters: HS van wit metaal: Compagnieën Hospitaalsoldaten

5) Letters MA onder een kroon, alles van verguld metaal: Officieren en Adjudant-onderofficieren bij de Koninklijke Militaire Academie

Letters MA onder een kroon, alles van geel metaal:

Cadetten, overige Onderofficieren en tamboers bij de Koninklijke Militaire Academie 6) Opgaande zon van geel metaal,

waarop een granaat van wit metaal:

A) Leerlingen van het Instructie-Bataljon (Officieren en Adjudant-onderofficieren e.e.a. verguld en verzilverd)

B) Algemeen Depot van discipline. (Officieren en Kader als bij het Instructie-Bataljon)
C) Grenadiers en Muzikanten der Militaire Kapel (in 1876 'Koninklijke Militaire Kapel')

(Officieren, Adjudant-onderofficieren en daarmede gelijkgestelden e.e.a. verguld en verzilverd

D) Officieren der Infanterie werkzaam bij het Departement van Oorlog en de Staf der Infanterie.

E) Personeel van de Compagnieën Transporttrein (Administratie) bij de Artillerie.

4) Opgaande zon van geel metaal waarop een hoorn van wit metaal: Jagers en Muzikanten der Jagerskapel (Officieren, Adjudant-onderofficieren en daarmede gelijkgestelden e.e.a. verguld en verzilverd)

8) Opgaande zon van geel metaal waarop:
A) Voor de Regimenten Infanterie (in Arabisch schrift) de cijfers 1 t/m 8 van wit metaal.

B) Voor de Johan Willem Frisokapel en het tamboerkorps de letters JWF onder een stadhouderskroon, alles van wit metaal.

Officieren en Adjudant-onderofficieren en daarmede gelijkgestelden e.e.a. van verguld en verzilverd metaal.

9) Voor de Cavalerie (Dragonders en Huzaren) een koordlis in zilver of wit metaal met een bolle knoop, waarop een springende granaat, in wit metaal uitgevoerd t/m de rang van Opperwachtmeester, de overigen in zilver.

10) Twee gekruiste kanonnen met kroon, alles van geel metaal, voor Officieren, Adjudant-onderofficieren en daarmede gelijkgestelden, e.e.a. verguld.

A) Veldartillerie
B) Vestingartillerie
C) Magazijnmeester der Artillerie (Officieren en Onderofficieren)
D) Onderofficieren, Conducteurs der Artillerie (lste, 2de en 3de klasse).

E) Torpedo-Compagnie, Machinist der lste en 2de klasse en Opperschippers. F) Sergeant-Majoor-Vuurwerker

G) Pontonniers als de Veldartillerie, doch op het midden van het embleem een anker.

H) Cadetten school met de monogrammen CS in messing.
foto hieronder betreft een exemplaar uit het schildershuis ( Driebergen )

Bij de infanterie werd de shako van 1865 vervangen door de kepie m1897

Bij de veldartillerie werd de shako in 1895 vervangen door de Talpa

De vestingartillerie met de daartoe behorende korpsen pantserfortartillerie en torpedisten was in 1900 het enige onderdelen-behalve de grenadiers en jagers- dat nog de shako m1865 droeg.Het korps  pontoniers had reeds in 1900 de kepi tot hoofddeksel gekregen.Dit duurde echter niet lang en ook zij moesten de shako in 1901 verruilen voor de kepie.

waar hier in de publicatie "duimen" staat kan men beter "centimeter" lezen, anders wordt het wel een heel raar groot soort hoofddeksel!
De uitvoering voor de Cadettenschool ontbreekt in de oorspronkelijke publicatie, daarom heb ik hem zelf in het artikel bijgevoegd!
Werd met het voorschrift in staatsopdracht de wet overschreden?
Het vuurvergulden is ca. 1830 verboden. omdat het zeer giftig was.
terug naar start
afbeeldingen en omschrijving van pluimen op de sjako M1865
afbeeldingen en omschrijving van pompons op de sjako M1865
sjako M1865 details
sjako M1865 diverse foto's