Shako 1842 [Schutterij]
vrij naar F.Smits sr. [zie Armamentaria 22, 1987: De Sjako M.1854, p 26-35]
De onderofficieren van de schutterij dragen een schakot, in vorm gelijk aan die der officieren, van zwart castoor, met zwart verlakt lederen bodem, waarvan de rand ter breedte van 4 duimen[=4 centimeter] , naar beneden, omgeslagen is, van onderen een dito band, drie duimen [=3 centimeter] breed. Voor hoog negentien duim en vijf strepen [=19½ centimeter] en achter
hoog tweeëntwintig duim en vijf strepen [=22½ centimeter].
Horizontale [=platte] zwart verlakt lederen, omboorde klep, in het midden vier duimen en vijf strepen [=4½ centimeter] breed en van binnen groen.
Oranje kokarde: voor de onderofficieren van zijde; metalen lis, dito knoop en pompon, de laatste aan de voorzijde en achterzijde gebom-beerd.
Voorts het garnituur onder de kokarde, de stormkettingen [=de schubbenkettingen], de plaat en de knopen, als dat der officieren, doch van verzilverd metaal, even als de lis en de pompon.
Deze gegevens werden ontleend aan opmetingen en beschrijving van voormeld object uit de collectie van een collega verzamelaar, welke zo attent was deze tekst toe te mailen ter completering van de site, waarvoor dank..
De basistekst werd ontleend aan een voorschrift betreffende de shako M.1854.
Bij nalezing van enkele werken wordt de indruk verkregen dat deze shako bij de Schutterijen eerst in 1844 ingevoerd schijnt te zijn.
Dr.F.Snapper althans maakt er in zijn artikel De Schutterijen 1813-1907 in het Jubileumboek van Mars et Historia [1991] expliciet melding van in het bijschrift van de afbeelding uit Te Lintum op p 254.
Op zich niet opmerkelijk: het staande leger werd eerst bediend. Zo noteerde Snapper vergelijkbare voorbeelden aangaande de bewapening van de Schutterij. Misschien is formeel dit de juiste aanduiding voor deze schutterij-shako : M.1842 /- 44.
Hieronder samengevoegde afbeeldingen van een tekening gemaakt door Frans Smits sen.