De hoofddeksels der ordonnans officieren in gewone dienst
Deel 3 Landmacht 1813-1923.
Samengesteld vanuit de originele Koninklijke besluiten door F.a Sint
1813,
No. 73.
Chakot.
Als de Adjudanten, doch zilveren galon, effen zilveren knopen en zilveren
chacotplaat, .voor zoverre zij niet tot een Regiment behoren,. waarvan zij ln dit geval de uniform dragen.
1829
27 september 1829, No.114.
De chacot wordt afgeschaft, voortaan in dienst de hoed met zwarte pluim, tot dusverre in gebruik buiten dienst
1849
9 oktober 1849 No.62
Hoed me zilveren lis én knoop, overigens gelijk aan die der Adjudanten.
Zwarte pluim van afhangende haneveren.
1853
2 Jull 1853 No 53.
Hoofddeksel hoed,afgeschaft daarvoor schacot van lichtblauw laken en het galon enz. van zilver. Pluim van zwart afhangende haneveren, verder gelijk aan die der Adjudanten.
1855
3 augustus 1855 No 85
Schacot volgens het model bij besluit van 2 juli 1852 vastgesteld , doch van donkergroen laken met zilveren band en koord.
1856
12 september 1856 No 12
Muts, in plaats van Schacot. Muts van fijn ottervel van lichtbruine kleur ter hoogte van en ongeveer van dezelfde vorm als de schakot van het algemeen model bij het leger doch zonder klep en wijders ingericht als volgt:
Van binnen op een afstand van 10 duimen van de boevenkant een lederen bodem, aan de buitenzijde met rood uitmonsteringslaken bezet. Daarop een zak van dito laken lang 34duim met een vaste rand en door middel van 2 sluitogen aan de buitenzijde van de boden bevestigt. Aan het einde in een punt tezamen gevat en op de naden bezet met een dun koordje zilverdraad, doorvlochten met oranje zijde met schuifknopen en passanten van zilverdraad . De eerstgenoemde blinkende, de laatste van torsaden gemaakt, aan de bovenzijde een knevel tot bevestiging van bloksgewijze verwerkt zilverdraad en aan ieder der beide uiteinden van de snoer een dunne langwerpige peer insgelijks van geblokt zilverdraad stormketting van verzilverd metaal. Ter weerszijden vastgemaakt aan 2 leeuwenkoppen met haken van hetzelfde materiaal op het einde opgehaakt aan een dito leeuwenkop van achteren aan de bovenzijde van de muts geplaatst.
Van binnen in de muts een lederen sluitriem met gesp en tong terweers zijden met knevels bevestigt kokarde van torsade de buitenste rijen van zilverdraad, de 5 binnenste van oranje zijde rode aigrette met onder stuk en karmozijn kleurige vautour vederen met tulp en ring van hetzelfde metaal als de stormketting
1865
11 december 1865 No 56
In stede van de tot dusverre op de muts van ottervel gedragen wordende rode aigrette met onderstuk en karmozijnkleurige vautour vederen moet voortaan worden gedragen een rode aigrette met vautour vederen van dezelfde kleur.
1898
25 april 1998. No. 148.
Kepie van groen laken de bol gebiesd met zilveren garnituur de kepie overigens gelijk aan die der adjudanten.
1900
2 October 1900. No. 50, (Boekwerk Uniformen 1900. bI. 27)
Muts van fijn ottervel van licht bruine kleur, hoog aan de voorzijde 12 en aan de
achterzijde 18 cm., van binnen op een afstand van 10 cm. van de bovenkant een lederen bodem, aan de buitenzijde met scharlaken-rood uitmonsteringslaken bezet,daarop een zak van hetzelfde laken. lang 34 cm met een vaste rand en door middel van 2 sluitogen aan de buiten zijde ven de bodem bevestigd, aan het, einde in een punt tezamen gevat en op de naden bezet met een dun koordje van zilverdraad, doorvlochten met oranje zijde, vormende een oog of lus aan de punt van de zak, stormkettlng van verzilverd metaal, ter weerszijden vastgemaakt aan 2 leeuwenkoppen met haken van hetzelfde metaal, op het ene einde opgehaakt aan een zelfde leeuwenkop,
van achteren aan de bovenzijde van de muts geplaatst, van binnenin de muts een lederen sluitriem met gesp en tong, ter weerszijden met knevels bevestigd,
Een kokarde. van oranje zijde, omzet met 5 rijen zilveren torsade.
Aigrette rode aigrette met vantour vederen van dezelfde kleur met tulp en ring van verzilverd metaal.
Kepi. van donkergroen laken van fijne wol, de bol zwart gebiesd en met zilveren garnituur overigens gelijk aan die der adjudanten
1913
K.B. l3 Mei 1913. No. 78. (Uniformen Officieren Militaire Huis.
Kepi vervallen. Pet voor kleine tenue, van donkergroen laken van fijne wol, van hetzelfde model als voor geschreven voor de overige officieren.Stormband én klep.Om de rand een band van zwart gewerkt galon. Gelijk aan dat van de kraag van de Attila.
De band onder en boven gebiesd met dun zilver koord. Op de band midden voor een geborduurde zilveren lauwerkrans met kokarde. De bol gebiesd met zwart laken. Knopen op de stormband van zilver met granaat.
1923
K.B. 4 April 1923. (Un1formen Officieren Militaire Huis)
Kolbak. van fijn ottervel van lichtbruine kleur, hoog aan de voorzijde 12 en aan de
achterzijde 18 cm.van binnen op een afstand van 10 cm. van de bovenkant een lederen bodem, aan de buitenzijde met scharlakenrood uitmonsteringslaken bezet daarop een
zak van hetzelfde Laken, lang 34 c.M met een vaste rand. en door middel van 2 sluitogen
aan de buitenzijde van de bodem bevestigd, aan het eind in een punt tesamen gevat en op de naden bezet met een dun koordje van zilverdraad met oranje zijde doorvlochten vormende een lus of oog aan de punt van de zak; stormkettlng van verzilverd
metaal.ter weerszijde vastgemaakt aan 2 leeuwenkoppen met haken van hetzelfde metaal. ter weerszijden vastgemaakt aan 2 leeuwenkoppen met haken van hetzelfde metaal, op het ene einde opgehaakt aan eenzelfde leeuwenkop, van achteren aan de bovenzijde
van de kolbak geplaatst; van binnen in de kolbak een lederen sluitriem met gesp en tong. ter weerszijden met knevels bevestigd. Eén kokarde van oranjezijde, omzet mat 5 rijen zilveren torsaden.
Aigrette, rode aigrette met vantour vederen van dezelfde kleur met tulp en ring van verzilverd metaal.
Kepie van donkergroen laken van fijne wol. Ovaal ronde bodem hoog voor 9.5 cm achter 12,5 cm, vallende klep en stormband met schuifpassant van verlakt leder.
Gesp stormband van verzilverd metaal. Onderscheidenlijk op 1 en 4 cm. afstand van
de onderkant een bies van dun zilverkoord. De bol gebiesd met zwart laken. Knopen op de stormband van zilver met granaat,aan de voorzijde van de kepie een oranje kokarde met zilveren torsade.
2. Kepie voor veldtenue: alvorens behoudens het navolgende: van fijn grijs laken
in plaats van 2 biezen van zllverkoord op 1 en 4 om van de onderkant. 2 biezen van zwart laken, vallende klep met grijs laken overtrokken, stórmband. van blank tuigleder met bronzen gesp en schuitpassant.