Het historisch hoofddeksel van de Grenadiers, de beremuts, vindt zijn oorsprong in de XVIIde eeuw, daar de Grenadiers bij het granaatwerpen veel hinder ondervonden van de toen algemeen gedragen, breedgerande hoeden. Men ging dan ook vrij snel over tot een smalle muts. En vermits men op de lichaamslengte lette, gaf men deze muts een lange vorm. Zo kwam men bij de mijter, die later in veel legers met berehuid werd bekleed ; en de beremuts, die in de meeste legers van die tijd het hoofddeksel van de Grenadiers werd, ontstond.

Grenadiers groot tenue kolbak 1829-1855 ( grenadiersmuts)
Adjudant onderofficier ( kwast van gouddraad en oranje zijde )
Hoge kolbak van berenbont van de zwarte beer
uit de Hudsonbaai
zoals gedragen tijdens de 10-daagse veldtocht 1831
( eigen collectie )
De latere, vooroorlogse, kolbak werd vervaardigd van bont van de Chineese berggeit.
Hiernaast afgebeeld een exemplaar van de kolbak
van de KMK ( Koninklijke Militaire Academie )
Kenmerkend voor de KMK is het rood/gele kwastje.
(eigen collectie)
Compleet met metalen opbergbrik.
In het blik zit een binnenkoker met deksel.
In deze koker konden de losse onderdelen, zoals de pluim worden opgeborgen. De kolbak werd over de koker geschoven, zodat deze tijdens het transport niet kont verschuiven.

Tijdens Prinsjesdag 2016 zag ik deze officier langskomen te paard.
Op de kolbak wordt een witte pluim gedragen
van veren van een zilverreiger.
De zilverreiger staat op de Cites lijst van bedreigde diersoorten!