De hoofddeksels der Adjudanten in gewone en buitengewone dienst
Deel 1 a Landmacht 1814-1913.
Samengesteld vanuit de originele Koninklijke besluiten door F.a Sint
1814
26 februari No. 73.
Sjako met vergulde plaat volgens geadopteerd model.
1815
9 januari. No.11
De hoed voor gala dagen is inwendig met een witte struisveder bezet en niet geboord.
De gewone hoed is zonder veer met een smal zwart boordsel.
Lis kettingvormig, 4 duimen lang. Zwart opstaande panache,vautour vederen,8 duimen lang vanaf de kokarde.
Staf-schaco met een gekroonde "W".
1829
27 Sept. 1829. No. 114.
De schacot wordt afgeschaft voortaan in dienst de hoed met zwarte pluimen tot dusverre in gebruik buiten dienst
1849
1 Oktober 1849. No. 62.
Hoofdtooisel-militaire viltenhoed van enigszins gebogen vorm, met zilveren troesels van bouillons of torsaden, naarmate van de rang. Gouden lis met knoop.
Oranje zijden kokarde. Pluim van afhangende witte vederen (struis).
1853
2 juli 1853. No.53.
Hoed afgeschaft. In plaats daarvan een schakot van donkerblauw laken met zwart verlakt lederen bodem, dito klep horizontaal aan de schakot geplaatst en van binnen groen,van achteren een zwart verlakt lederen band,in het midden 4 duimen breed en schuins aflopende, zodanig dat die ter weerszijde op 2 en een halve duim, voorbij de hoeken van de klep eindige met een breedte van 5 strepen.
De schakot van voren 16 en van achteren 20 duim hoog. Boven om de rand een gouden galon, ter breedte
van 6 duimen. aan de boven- en onderkant op 4 strepen afstand van de rand,met een oranje zijden streep doorweven, tussen die strepen het galon zigzagsgewijze bewerkt, in dier voege als hetgeen vroeger op de rok der Generaals werd gedragen.
Van voren een lis van glinsterende gouden bouillons, lang 12 duimen oranjezijden kokarde,op 1,5 duims afstands boven de klep geplaatst,in het midden een knoop, gelijk aan, die der uniform. Aan beide zijden en van achteren onder het galon,
alsmede van voren onder de kokarde, een rechtstandig dun koordje van gouden tres.
Aan de voorzijde op de klep, een gouden koord van glinsterende bouil1ons, eindigende bij de hoeken van deze, ter hoogte van het koordje.
Pompon van gouden bouillons aan de voorzijde gebombeerd en van achteren plat. Op de schakot in gala tenue een pluim van witte nederhangende haneveren met vergulde tulp en ring.
1861
30 0ctober 1861. No.84.
De Adjudanten beneden de rang van generaal-majoor zullen dragen een hoed van
zwart vilt lang 45,5 duim, aan de uiteinden breed 7,5 duim de voorzijde in het midden hoog 13 en de achterzijde 16,5 duim, omzet met een zwart zijden boordsel ter breedte van 4,5 mm zigzagsgewijze bewerkt,in dier voege als het goud om de
schakot van de generaals.
Op de voorzijde een naar beneden en enigszins naar achteren lopende kettingvormige lis ter lengte van 15 duim,bestaande uit 6 glinsterende
gouden bouillons.ln het midden een knoop,geplaatst op 3 duims afstands van de onderkant van de hoed.Onder de lis een ovaalronde kokarde van oranje zijde
lang 10,breed 8 duim.De beide punten van de hoed bedekt met troetels van zilveren
glinsterende bouillons,lang.6 duim,onder dezelve 3 bouillons van oranje zijde.
Op de hoed. een pluim van groene vederen volgens model, bevestigd in een vergulde tulp ,neerliggende op en die tot aan het einde van de achterkant ,het bovenste gedeelte van de hoed bedekt.
ln gala- en grote tenue om de hoed een gouden
boordsel van gelijkmodel en afmetingen als het zwart zijden boordsel.
Boven omschreven,en aan de kanten doorweven met een streep van oranje zijde,ter breedte van 5 strepen.
1866
7 mei 1866. No.101.
Kolback van zwart geverfd ottervel. Van voren ter hoogte van 20 van achteren ter hoogte van 23 duimen, en van boven in middellijn 23 duimen,de bodem van
zwart verlakt leder, ter diepte van 4,5 duim.
Van voren voorzien van een oranje zijden,met goud omgeven kokarde.
in vorm gelijk aan die voor de officieren van het regiment rijdende artillerie vastgesteld. Wijders in een tulp van verguld metaal, een pluim van witte Vautour vederen, in vorm gelijk aan het model voor de officieren der infanterie voorgeschreven.
Ketting van verguld metaal, aan iedere onderzijde van de colback bevestigd aan de leeuwenkoppen met haken, die zich daar bevinden.De laatste eveneens van verguld metaal. In grote-tenue voorzien van matgouden colback-snoeren aan beide-bovenzijden van het hoofdtooisel bevestigd,van voren en van achteren
afhangende,wijders van een scharlakenrode zak,model der officieren van de rijdende
artillerie.met dit onderscheid,dat de kwast van mat goud is.De zak wordt aan de bovenrand vastgemaakt en hangt ter rechterzijde af. De kokarde,pluim en tulp
wordt zowel in grote- als in kleine-tenue gedragen.
1898
25 april 1898 No 148.
Klein tenue
Hoed (steek) met pluimen van afhangende donkergroene haneveren, en met zwart zijden galon in plaats van gouden galon.
Kepie zonder opstaande gouden biezen en voor de subalterne officieren de bol rood gebiesd.
Groot tenue
Hoed (steek) als in klein tenue, doch met pluim van afhangende witte haneveren.
1900
20 oktober 1900 No 50.Boekwerk uniformen 1900 blz. 26
Steek met zwart zijden, inplaats van gouden galon, en in klein tenue,de pluim van afhangende groene haneveren.
Kepie zonder opstaande gouden biezen en voor de subalterne officieren de bol scharlakenrood gebiesd.
1903
18 juli 1903 boekwerk uniformen No 3 blz. 1
Steek met zwarte zijden in plaats van gouden galon een pluim van afhangend donker groene haneveren
1903
6 oktober 1903 boekwerk aanvulling uniformen 1901-1912 No 6 blz.17
Steek van zwart zijden vilt,lang ongeveer 41 cm, hoog aan de rechterzijde ongeveer 14,5 aan de rechterzijde 15,5 cm.De steek aan de rechterzijde voorzien van een lus , bestaande uit 7 gebrillanteerde en mat gouden bouillons de lus aan de onderzijde voorzien van een klein model uniformknoop waarop een W met kroon aan de bovenzijde onder de lus een oranje kokarde van 9 cm middellijn.Aan voor en achterzijde van de steek een zwart zijden galon breed 4 cm, benevens een platte halve kwast van mat gouden bouillons Bij de steek behoren:
1-een staande pluim van afhangende groene haneveren bevestigd in een tulp van verguld metaal.
2-een staande pluim lang 15cm van zwarte vautour vederen zonder tulp bevestigd te bevestigen juist achter het midden van het rechterblad van de steek
Kepi van donkerblauw laken van fijne wol een ovaal ronde bodem hoog voor 10 cm en achter 14cm vallende klep van verlakt leder stormband van verlakt tuigleder met gesp en schuifpassant, van onderen een band van gouden koord,een kokarde pompoen van oranje zijde omzet met 5 rijen gouden torsaden met lis en knoop de metalen delen verguld.
De bol gebiesd met dun gouden koord voor de hoofdofficieren en scharlaken gebiesd voor subalterne officieren.
1913
13 mei 1913 No 78
Steek als voor de Adjudanten generaals behoudens het volgende:
Aan de voor en achterzijde een zwart zijden galon breed 4 cm.
Bij de steek behoren:
1-een staande pluim van afhangende groene haneveren bevestigd in een tulp van verguld metaal.
2-een staande pluim lang 15cm van zwarte vautour vederen zonder tulp bevestigd te bevestigen juist achter het midden van het rechterblad van de steek
1.Pet voor kleine tenue: van zwartblauw, nagenoeg zwart laken, van fijne wol om de rand een band van scharlakenrood laken.
Hoofdofficieren: aan de onderzijde omgeven met geschulpt gouden borduursel ter breedte van 1 à 2 cm
Voor subalterne officieren: met een dun gouden koord.
De bovenkant van de band gebiesd met dun gouden koord.
Op de band aan de voorzijde. een geborduurde gouden lauwerkrans met kokarde.
De bol Gebiesd. Voor hoofdofficieren: met dun gouden koord voor subalterne officieren:
met scharlakenrood laken.
2. Pet voor veldtenue: vervaardigd van fijn grijsgroen laken, overigens alvorens.