DE GRENADIESMUTS IN HISTORISCH PERSPECTIEF 1829---HEDEN

een tekstbijdrage van F.A. Sint

1829-
In 1829 bij de oprichting van de  regimenten Grenadiers en Jagers vond men het nodig worden om de grenadier een  martiaal uiterlijk te geven, en heeft men ongetwijfeld naar de Franse grenadiers uit vervlogen tijden gekeken., en heeft men de zo karakteristieke berenmuts voor dit onderdeel ingevoerd.
Een muts die het nog lang vol zou houden namelijk tot 1855.
Veel is er niet van bekend, temeer daar eenduidige voorschriften in zijn geheel ontbreken, toch is het mogelijk hier wel een redelijk goede beschrijving van weer te geven. Temeer daar er vele contemporaine afbeeldingen van bewaard zijn gebleven.
Naar mijn weten is er geen enkele originele berenmuts uit die tijd overgebleven.
We moeten het dan ook maar met het volgende doen.

-Hoge muts van Canadees berenvel en voorzien van een korte patentlederen klep

-Op de bodem een rood katoenen stuk voorzien van een geelkoperen springende granaat.

-Een embleem van koper aan de voorkant in de vorm van een halve zon met witte metalen springende granaat

-Het betreffend reglement spreekt van” ene koperen plaat in de gedaante van een halve zon en op dezelve een granaat”..

-Aan de linkerzijde een witte paardenharen pluim.

-Een wit kwastje aan de bovenkant van de muts.


In 1842 vond men het nodig de berenmuts meer te vereenvoudigen en werd de berenmuts geheel vervaardigd van berenvel, en kwamen de bodem en pluimen te vervallen. Wel werd als onderscheid der rangen een kokarde ingevoerd bevestigd aan de linkerzijde van de muts.
Dit ter onderscheiding van manschappen en officieren.

In 1855 was het vanwege de bezuinigingen definitief gedaan met de berenmuts, en werden de over gebleven exemplaren verkocht aan de Zweedse garde, die dus nog jaren met onze Berenmutsen hebben gelopen.


1948

Weinig mensen hebben blijkens de snelle troonopvolging van Koningin Juliana kunnen bevroeden, en dit was dan ook de reden dat men nog voor de inhuldiging van Hare Majesteit men snel nog een en ander wenste te realiseren aangaande de uniformering van met name de Garde regimenten waar de grenadiers ook onder vielen.
Aan de heer F Smits referendaris verbonden aan het ministerie van defensie werd gevraagd om een en ander uniformtechnisch te tekenen.
De heer Smits zijnde een man met groot historisch besef greep voor wat de hoofddeksels van de Grenadiers terug naar het model berenmuts zoals dat in het vorige gedeelte is beschreven.
Met echter wel enige wijzigingen.Ook werd een en ander nu definitief beschreven:

Soldaten en Korporaals

Grenadiersmuts van kunstbont (voor de eerste aanmaak van 1948 had men echter de beschikking over bont van de Chinese berggeit) met klep en geelkoperen plaat vorm van een opgaande zon, waarop een granaat van wit metaal;de bodem der muts met rood laken bezet, waarop een geelkoperen granaat.
Aan de linkerzijde van de muts een wollen oranje kokarde-zonder pluim*!-.
Boven voor aan de muts een witte kwast; gele metalen stormbanden aan weerszijden van de muts bevestigt.


Onderofficieren:

Als boven

Adjudant onderofficieren

De kwast aan de muts dooreen geweven van gouddraad en oranje zijde.

Officieren

Kwast van gouddraad , staande pluim van witte struisveren hoog ongeveer 14cm, in een tulp van verguld metaal.

Hoofdofficieren

Kwast van gouddraad,staande witte aigrette.

* In 1972 is er echter weer een pluim van witte struisveren toegevoegd van korter model als voor de officieren en rechtstreeks in de oranje bol gestoken.


Een zelfde berenmuts werd en word nog steeds gedragen door de muzikanten van de Koninklijke Militaire Kapel.
Hoofddeksel Grenadiers,

Tijdens de mobilisatie was er vraag naar een nieuw ceremonieel tenue voor de Grenadiers. Men vond dat toen niet gepast, omdat er belangerijke dingen waren, waar men de aandacht op moest richten. Na de oorlog werd het nieuw ceremonieel ingevoerd. Hierbij werden niet alleen de Grenadiers, maar ook de Jagers, Mariniers en de rne brigade, in het nieuw gezet.

Zowel de berenmuts als het uniform werd ontworpen door Frans Smits, naar de uitrusting welke omstreeks 1829 werd gedragen. Tijdens de inauguratie van Koningin Julliana, in 1948, werd het nieuw ceremonieel gedragen door de garde regiment Grenadiers, Koninklijke Militaire Kapel en het tamboerskorps van het regiment garde Grenadiers

Het hoofddeksel van de grenadiers is een berenmuts, wordt ook wel een kolbak genoemd. Deze werd van oorsprong van berenvel gemaakte muts is thans van kuntsbont vervaardigd. Bij de invoering in 1948 werden de mutsen gemaakt van bont van de zwart harige Chinese geiten, dat in England werd aangekocht. Vermoedelijk is dit ook de oorzaak dat sommige hoofddeksel een specifieke geur dragen. De kolbak is circa 32 centimeter hoog aan de voorzijde voorzien van een kort , zwarte tuiglederen vizierklep van circa 2.5 centimeter. Boven de vizierklep is een geelmetalen plaat in de vorm van een zogenaamde halve zon aangebracht Op deze halve zon is in het midden het embleem van de Grenadiers- een springende granaat met een open vlam- in witmetaal aangebracht. Het embleem is ongeveer 7.5 centimeter hoog

Bij militairen tot en met de rang van sergeant-majoor bevindtzich aan de bovenzijde in het midden een kwastje van wit katoen. De adjudanten-onderofficieren hebben een gouden kwast met rode kern. Officieren dragen een gouden kwast met torsades. Aan de linker voorzijde van de kolbak, is een wollen oranje kokarde bevestigd. In tegenstelling tot ander dienstvakken/onderdelen, is er geen verschil tussen de kokarde van de mansschappen en de officieren. De bovenkant van de kolbak loopt van voren naar achter licht schuin weg. De bovenkant is tegen achterzijde aan afgedekt door een met ponceaurode stof beklede ronde plaat, met een doorsnee van 12.5 centimeter. Op deze plaat is een springende granaat van goudkleurig metaal en 9 centimeter hoog aangebracht. De kolbak is voorzien van een geelmetalen kinketting, waarbij de het metaal geschubd op een leren riem is aangebracht. De pluim is veertien centimeter hoog, welke in een verguld metalen driebladigetulp is ingesloten.

Niet alleen het Garde regiment Grenadiers draagt het hoofddeksel, maar ook de leden van de Koninklijke militaire Kapel. Er zijn wel enkele verschillen, namelijk de tamboers dragen, ongeacht de rang, een wit katoenen kwastje midden voorop de kolbak. Dit zal waarschijnelijk zijn, dat er in de historie geen officieren, welke tamboers waren. Verder draagt de sousafonist geen witte pluim, op de kolbak hetgeen uit praktische overwegingen niet haalbaar is.

Zover ik kon nagaan werden de eerste kolbakken geproduceerd door Moll te Breda.

Met dank aan een collega verzamelaar die deze tekst op www.nederlandsemilitaria.com heeft geplaats. Met zijn toestemming heb ik het hier ook mogen plaatsen.