Hoofddeksel Grenadiers,
Tijdens de mobilisatie was er vraag naar een nieuw ceremonieel tenue voor de Grenadiers. Men vond dat toen niet gepast, omdat er belangerijke dingen waren, waar men de aandacht op moest richten. Na de oorlog werd het nieuw ceremonieel ingevoerd. Hierbij werden niet alleen de Grenadiers, maar ook de Jagers, Mariniers en de rne brigade, in het nieuw gezet.
Zowel de berenmuts als het uniform werd ontworpen door Frans Smits, naar de uitrusting welke omstreeks 1829 werd gedragen. Tijdens de inauguratie van Koningin Julliana, in 1948, werd het nieuw ceremonieel gedragen door de garde regiment Grenadiers, Koninklijke Militaire Kapel en het tamboerskorps van het regiment garde Grenadiers
Het hoofddeksel van de grenadiers is een berenmuts, wordt ook wel een kolbak genoemd. Deze werd van oorsprong van berenvel gemaakte muts is thans van kuntsbont vervaardigd. Bij de invoering in 1948 werden de mutsen gemaakt van bont van de zwart harige Chinese geiten, dat in England werd aangekocht. Vermoedelijk is dit ook de oorzaak dat sommige hoofddeksel een specifieke geur dragen. De kolbak is circa 32 centimeter hoog aan de voorzijde voorzien van een kort , zwarte tuiglederen vizierklep van circa 2.5 centimeter. Boven de vizierklep is een geelmetalen plaat in de vorm van een zogenaamde halve zon aangebracht Op deze halve zon is in het midden het embleem van de Grenadiers- een springende granaat met een open vlam- in witmetaal aangebracht. Het embleem is ongeveer 7.5 centimeter hoog
Bij militairen tot en met de rang van sergeant-majoor bevindtzich aan de bovenzijde in het midden een kwastje van wit katoen. De adjudanten-onderofficieren hebben een gouden kwast met rode kern. Officieren dragen een gouden kwast met torsades. Aan de linker voorzijde van de kolbak, is een wollen oranje kokarde bevestigd. In tegenstelling tot ander dienstvakken/onderdelen, is er geen verschil tussen de kokarde van de mansschappen en de officieren. De bovenkant van de kolbak loopt van voren naar achter licht schuin weg. De bovenkant is tegen achterzijde aan afgedekt door een met ponceaurode stof beklede ronde plaat, met een doorsnee van 12.5 centimeter. Op deze plaat is een springende granaat van goudkleurig metaal en 9 centimeter hoog aangebracht. De kolbak is voorzien van een geelmetalen kinketting, waarbij de het metaal geschubd op een leren riem is aangebracht. De pluim is veertien centimeter hoog, welke in een verguld metalen driebladigetulp is ingesloten.
Niet alleen het Garde regiment Grenadiers draagt het hoofddeksel, maar ook de leden van de Koninklijke militaire Kapel. Er zijn wel enkele verschillen, namelijk de tamboers dragen, ongeacht de rang, een wit katoenen kwastje midden voorop de kolbak. Dit zal waarschijnelijk zijn, dat er in de historie geen officieren, welke tamboers waren. Verder draagt de sousafonist geen witte pluim, op de kolbak hetgeen uit praktische overwegingen niet haalbaar is.
Zover ik kon nagaan werden de eerste kolbakken geproduceerd door Moll te Breda.
Met dank aan een collega verzamelaar die deze tekst op www.nederlandsemilitaria.com heeft geplaats. Met zijn toestemming heb ik het hier ook mogen plaatsen.