SJAKO M 1865
Montuur voor grote en kleine tenue t/m Sergeant-majoor of Opperwachtmeester of daarmee gelijkgestelden:

1)    Koninklijke Militaire Academie (Cadetten, Onderofficieren, w.o. de Sergeant-tamboer en de tamboers)

2)    Grenadiers, Infanterie, Instructie-Bataljon, Algemeen Depot van Discipline (ingedeeld personeel)

3)    Jagers. Flankeurs der Grenadiers en Infanterie tot 1868.

4)    Veldartillerie, Vestingartillerie, Pontonniers, personeel van de Compagnieën Transporttrein (Administratie), Onderofficieren-conducteurs der Artillerie der 2e en 3e klasse, Machinisten der 2e klasse van de Torpedocompagnie, Sergeant-majoor-vuurwerker, Opperschippers en manschappen, Meester-werklieden en Schrijvers geplaatst bij de Rijdende Artillerie.

5)    Genie, Bataljon Mineurs en Sappeurs, Veldtelegrafisten en Werklieden.

6)    Studenten voor de militaire Geneeskundige Dienst, Compagnieën Hospitaalsoldaten

7)    Muzikanten bij het Regiment Grenadiers en Jagers, de latere Koninklijke Militaire Kapel en van de Stafmuziekkorpsen der Infanterie.

8)    Muzikanten van de Jagerskapel.

9)    Muzikanten en tamboerkorps van de Johan Willern Friso Kapel.
10)          Buitenmodel-vorm pompon en bal (veelal gedragen door Onderofficieren)
11)          Koord voor schommel en vangsnoer:
        A) Grenadiers en Jagers.
        B) Koninklijke Militaire Kapel.
        C) Jagerkapel.
        De Dragonders en Huzaren droegen korte tijd zwarte afhangende paardeharen pluimen.
afbeelding van F. Smits Sr. uit Armamentaria nr. 19
tekst onder de afbeelding