Helm

De helm voor militairen van het Korps Mariniers is langs de onderkant omboord, voor vlagofficieren en voor officieren met de rang van kolonel der mariniers of luitenant-kolonel der mariniers met goudgalon, en voor officieren met de rang van majoor der mariniers of met een lagere rang alsmede voor schepelingen met dof zwart leder, breed 13 mm. Boven de klep is een rondgaande band van tibet of serge aangebracht, breed 2 cm. Aan de voorzijde is een frontplaat van geel metaal bevestigd, voorstellende het korpsembleem, voorzien van een blauw geëmailleerd schild; het korpsembleem echter zonder wapenspreuk . Bovenop de helm is een vierarmige dekplaat van geel metaal aangebracht, de achterste arm voorzien van een gebogen haak voor het vastmaken van de stormketting; op de dekplaat een punt van geel metaal, voorzien van zes hol geslepen vlakken en enigszins afgerond. Aan weerszijden van de helm op de band is een geel metalen rozet bevestigd, met een middellijn van 3 cm, versierd met kabel en klaar anker; de linkerrozet voorzien van een korte ronde haak, de rechterrozet van een lange gebogen haak. De linkerrozet draagt de op fijn zwart leder opgelegde, geschakelde stormketting van geel metaal, breed 18 mm, lang 41 cm, welke aan het rechteruiteinde is voorzien van vier losse schakels, waarmede de stormketting, hetzij aan de rechterrozet, hetzij aan de haak van de dekplaat kan worden bevestigd.

EMBLEEM VOOR HET KORPS MARINIERS

Vastgesteld bij koninklijk besluit van 29 juli 1955, nr. 58.

Het Korps Mariniers voert een embleem, bestaande uit:

in een rond schild van azuur, bezaaid met staande blokjes van goud, een gekroonde leeuw van goud, getongd van keel, houdende in de rechtervoorklauw in schuinlinkse stand een ontbloot zwaard van zilver met gouden gevest, en in de linkervoorklauw een bundel van zeven pijlen van zilver met gouden punten, de punten omhoog, de pijlen te zamen gebonden met een lint van goud; het schild omgeven door het devies "JE MAINTIENDRAI" in latijnse letters van goud op een koppel van keel, welke is gesloten met een gouden gesp en waarvan de uiteinden aan de benedenschildrand worden bijeengehouden door een epaulet van keel; het geheel omkranst met een oranjetak van sinopel en geplaatst op twee schuin gekruiste ankers van sabel, waarachter een gouden stralenkrans, gedekt met de Koninklijke kroon; op een golvend lint van azuur onder de stralenkrans de embleemspreuk "QUA PATET ORBIS" in latijnse letters van goud.
GARNERING EN EMBLEMEN VAN HOOFDDEKSELS

Artikel 195. De steek voor officieren van het vlootpersoneel

De steek voor officieren van het vlootpersoneel is voorzien van de volgende garnering:

a.  voor vlagofficieren: witte struisveren langs de bovenkant der bladen aan de binnenzijde; een oranje zijden kokarde van 9 cm middellijn op het rechterblad; een lis, uitgevoerd in goud, bestaande uit zes bouillons, komende uit de bovenkant van het rechterblad van de steek, over het midden der kokarde boogsgewijs naar achteren gaande en op 3 cm van de onderkant en ongeveer in het midden van het blad vastgehouden met een grote verguld koperen ankerknoop. op de bovenzijde van elke punt ligt een zilveren kwast, komende uit de bladen en bestaande uit vijftien bouillons, waarvan drie stuks, die zich aan de binnenzijde bevinden, zijn voorzien van oranje koppen-,

b.  voor officieren met de rang van kapitein ter zee of kapitein-luitenant ter zee: als voor vlagofficieren, doch zonder struisveren,

voor officieren met de rang van luitenant ter zee der le klasse of met een lagere rang: als voor de officieren, bedoeld onder b, met dien verstande, dat de kwasten zijn samengesteld uit vijfenveertig torsaden en voorts aan de binnenzijde uit oranje zijden franje.

HOOFDSTUK 37.    OMSCHRIJVING VAN KLEDINGSTUKKEN, IN HOOFDZAAK VOOR MILITAIREN, BEHORENDE TOT HET VLOOTPERSONEEL, UITGEZONDERD DE ADELBORSTEN, DOCH HET INBEGRIP VAN DE MILITAIRE WERKLIEDEN

Artikel 206. De steek

1. De steek Is van zwarte zijden pluche. Het rechter- en het linkerblad zijn over de middellijn onderscheidenlijk 11 en 15 cm hoog, elke punt is 11 cm lang; de bladen zijn voor en achter bij de bol aan elkaar vastgehecht

2. De steek is voorzien van het garnituur, omschreven in artikel 195.

***

De Marine steek voor officieren geen vlagofficieren zijnde werd in 1957 afgeschaft. Er werd echter een uitzondering gemaakt en vergunning gegeven om de steek en de ceremoniele epauletten op de lange jas nog te dragen bij een huwelijksvoltrekking. Echter deze vergunning werd niet meer verleend vanaf 1972 toen de lang jas voor officieren in zijn geheel werd afgeschaft.

Vlagofficieren van de marine hebben hun steek nog tot 1972 gedragen. Daarna was het gebeurt met de marine steek en werd de pet gedragen.