Uit "Beschrijving van de Uniformen van de Nederlandsche Landmacht, Schutterij, Weerbaarheid en Invaliden."
Uitgegeven door de Gebr. Van Cleef te 's Gravenhage, d.d. mei 1880.

----------------------------------------------------------------------------------

Voor generaals en officieren niet tot de verschillende wapens behoorende.


§ 1. GENERAALS


KOLBAK
K.B. 25 Febr. 1869, No 16.

Van zwart geverwd bevervel (castor), van voren hoog 20, van achteren 23 cM., van boven in middelijn 23 cM., bodem van zwart verlakt leder, ter diepte van 4½ cM., waarin een ponceau rood lakensche zak met gouden biezen en een matgouden kwast van bouillons.
De zak wordt en den bovenrand vastgemaakt en hangt ter rechterzijde af. Een ovaal ronde kokarde van oranjezijde, omgeven met vijf rijen gouden pailletten, daarboven een tulp van verguld metaal, waarin een witte aigrette ter lengte van 17 cM.
Ketting van verguld metaal, die aan haken, mede van verguld metaal - en van onderen aan de beide zijden van den kolbak geplaatst, - wordt bevestigd.
Kolbaksnoeen van massief mat verguld zilverdraad, aan beide zijden van het hoofdtooisel bevestigd aan een ring van verguld metaal.
De zak en kolbaksnoeren worden alleen in groot teneu gedragen.