Originele teksten van omschrijvingen, bijeen gezocht en opgetkend door F.A. Sint.


De Sjako M.1854 en zijn directe voorlopers


Alvorens het tot een definitief besluit kwam in 1854 werd er al aardig geëxperimenteerd met de sjako van lager model.
Zo kregen vanaf 1849 de verschillende dragonder en cavalerie onderdelen al hun eigen vernieuwde sjako en werd in 1852 de KMA verrast met een eigen sjako die vervaardigd was van zwart "castoor", een fijne zijde, waarvan ook hoge hoeden werden vervaardigd.
Aan de bovenrand, bij de
bodem, was een gele galon aangebracht, terwijl drie opgaande dito smalle biesjes.
Ook werden in 1853 de sjako's voor de Generaals, de grote staf en de adjudanten vastgesteld welke zeker gezien kunnen worden als de voorlopers van de een jaar later ingevoerde sjako's voor de overige militairen.
Ik laat een interpretatie van deze interessante hoofddeksels volgen:

('s-Gravenhage, den 11den Juli 1853, No.7, B).

Willende ene wijziging brengen in het hoofdtooisel der Generaals, mitsgaders van de Hoofden verdere Officieren van den Groten en den Generale Staf bij het Leger.
Op de voordracht van Onzen Minister van Oorlog van den l sten dezer, no. 35 B;
Hebben goedgevonden en verstaan, het navolgende te bepalen:

Art. 1.

De Generaals bij het Leger, de Hoofd- en verdere Officieren van den Groten en den Generale Staf, Onze Adjudanten en Ordonnans-officieren, evenals die der Prinsen van den bloede, voor zoo veel zij tot de Landmagt behoren daaronder begrepen, en de Adjudant van den Generaal-majoor, commanderend de Reserve-Brigade, zullen voortaan, in stede van den hoed, ene schakot dragen, volgens de hierna te melden beschrijving, te weten:

Voor de Generaals.

Schakot van donkerblauw laken, met zwart verlakt lederen bodem, dito klep horizontaal aan de schakot geplaatst en van binnen groen, van achteren een zwart verlakt lederen band, in het midden vier duimen breed, en schuins afloopende, zoodanig, dat die ter weerszijde, op twee en een halve duim, voorbij de hoeken van de klep eindige met ene breedte van vijf streep en , de schakot van voren zestien en van achteren twintig en een halve duim hoog.
Boven om den rand een gouden galon, ter breedte van zes duimen, aan den boven- en onderkant op vier strepen afstand van den rand, met ene oranje zijden streep doorweven, tusschen die strepen, het galon zigzagsgewijze bewerkt, in dier voege als hetgeen vroeger op den rok door de Generaals werd gedragen.

Van voren ene lis van glinsterende gouden bouillons, lang twaalf duimen; oranje zijde kokarde, op anderhalve duim afstand boven de klep geplaatst, in het midden ene gladde vergulde gebombeerde kleine knoop.
Aan beide zijden en van achteren onder het galon, alsmede van voren onder de kokarde
een rechtstandig dun koordje van gouden tres.    '
Aan de voorzijde op de klep, een gouden koord van glinsterende bouillons, eindigende bij de hoeken van deze, ter hoogte van het koordje.
Pompon van gouden bouillons, aan de voorzijde gebombeerd en van achteren plat.
Op de schakot in gala tenue een witte aigrette, met vergulden tulpen ring.


Voor de Hoofd- en Verdere Officieren.

Schakot in vorm en kleur gelijk aan die der Generaals, aan de bovenkant omzet met een schuins geblokt goudgalon, met ingetrokken puntjes, ter breedte van drie en een halve duim;
Voor officieren van den Generale staf voorzien van een rode bies in het midden der galon de lis, kokarde, knoop, koordjes en pompon, als boven, doch de bouillons gewoon.
Op het schakot ene pluim van neerhangende zwarte hanenvederen.
De pluim van Onze Adjudanten, van witte neerhangende hanenvederen en de knoop op de kokarde gelijk aan die der uniform; voor Onze Ordonnans-officieren is de schakot van lichtblauw laken en het galon enz. van zilver, de pluim van zwarte afhangende hanenvederen, geheel gelijk aan die voor de Adjudanten der Prinsen van den bloede en de Officieren van den Generale Staf.

Was getekend 'sGravenhage, den 2den juli 1853.


s-Gravenhage, den 22sten maart 1854, no. 64.

Willende ene wijziging brengen in het hoofdtooisel voor het wapen der Infanterie, het regiment Grenadiers en Jagers, voor zoo veel daarbij schakots worden gedragen, daaronder begrepen den staf der Artillerie, het regiment Veldartillerie, de regimenten Vesting-Artillerie en het korps Pontonniers, het bataljon Mineurs en Sappeurs en de verdere officieren van het wapen der Genie, mitsgaders voor de militaire Intendanten, de Kwartiermeesters en het verder personeel van de militaire administratie, de Officieren van Gezondheid, de Paardenartsen en eindelijk voor de Provinciale en Plaatselijke Staven.
Op de voordracht van Onzen Minister van Oorlog van den 13den dezer, Kabinet letter IJ . Hebben goedgevonden en verstaan, het navolgende te bepalen:

Algemene beschrijving voor officieren

De hoofd- en verdere officieren bij de staven en korpsen hiervoren genoemd, dragen een schakot van laken, van de kleur van den rok, hoog, van voren zestien en van achteren een en twintig duimen, met zwart verlakt lederen bodem en dito klep, de laatste van binnen groen geverfd, van achteren een zwart verlakt lederen band, in het midden vier duimen breed, en schuins afloopende, zoodanig dat die ter weerszijde, op twee en een halve duim: voorbij de hoeken van de klep eindige, met ene breedte van vijf strepen; zwart verlakt lederen keelbanden, met zwarte gesp, van binnen in den schakot vastgehecht.
.Boven om den rand, een schuins geblokt galon, met ingetrokken puntjes, van goud of zilver volgens het metaal der knopen van de uniform, ter breedte van drie en een halve duin Van voren ene lis van geplet metaal, lang acht en breed drie duimen, oranje zijden kokarde op zes duimen afstand boven de klep geplaatst, in het midden voorzien met een glad. gebombeerde kleine knoop (de lis en knoop van.zilver of verguld).
Aan beide zijden en van achteren een rechtstandig dun koordje van gouden of zilveren tres. Aan de vóórzijde op de klep, een gouden of zilveren koord van bouillons, eindigende ter hoogte van het koordje.
Pompon van gouden of zilveren bouillons, aan de vóórzijde gebombeerd en van achteren plat

Voor den schakot, bij den staf der infanterie, de tirailleurcompagnieën der bataljons Grenadiers, het Instructie-bataillon, het Algemeen depót van Discipline, het koloniale Werfdepót, de Provinciale en Plaatselijke staven, het wapen der Genie en de Militaire Administratie, ene granaat. Bij de regimenten Infanterie,
Het nummer van het korps;
Bij de Jagers,
Een hoorn;
Bij de Artillerie,
Een stel gekruiste kanonnen met kroon;
En bij de Pontonniers,
Hetzelfde met bijvoeging van een anker;
Bij de Geneeskundige dienst, het zinnebeeld van dat dienstvak.
Alles in overeenstemming met het metaal der knopen.    .
.
De officieren van de tirailleur compagnieën der Bataljons Grenadiers en die van de Jagers dragen een gouden vangsnoer.
In kleinen marsch-tenue wordt om den schakot een overtrek van gewast doek gedragen: waarbij alleen de pompon en het koordje op den klep zichtbaar zijn.

Algemene beschrijving onder officieren en minderen.


De onderofficieren en verdere manschappen bij de korpsen van het op gemelde wapen dragen een schakot, in vorm gelijk aan die der officieren, doch van zwart vilt, met zwart verlakt lederen bodem, waarvan de rand ter breedte van drie duimen, naar beneden, omgeslagen is, van onderen een dito band, drie duimen breed.    .
Zwart verlakt lederen klep, in het midden twee en vijftig strepen breed en van binnen groen.Oranje kokarde: voor de onderofficieren van zijde en voor de overige manschappen een leder; metalen lis, lang acht en breed drie duimen, dito knoop en pompon, de laatste aan de voorzijde gebombeerd en van achteren plat.
Voorts het garnituur onder de kokarde, als dat der officieren, doch even als de lis en pomp' van het metaal der knopen.
Zwart lederen keelbanden met metalen gesp.
Bij de tirailleur compagnieën der Bataljons Grenadiers en bij de Jagers wordt de witte vangsnoer tot dusver in gebruik behouden.
In kleine en marsch-tenue, is om den schakot een overtrek van gewast doek, waarop alleen
de pompon wordt gedragen.    .

De Officieren, onderofficieren en manschappen van de Grenadiers, tot wier kleding de grenadiersmuts behoort, dragen, in klein tenue en in dagelijkschè dienst, een schakot van grijs vilt, in vorm gelijk aan den hiervoren omschrevene, met overtrek en pompon;
Voor de officieren tevens het koordje op den klep.

Tegelijk met het invoeren der schakots, zoals omschreven, wordt het dragen van den hoed, voor al de daarbij betrokken hoofd- en verdere officieren, in activiteit, zoo mede voor de officieren bij de Koninklijke Academie voor de zee en landmagt afgeschaft.


Tevens werd een maand later vastgesteld dat de kwekelingen bij 's Rijks hospitaal te Utrecht voortaan, in stede van den hoed, den schakot zullen dragen, zoo als die bij art. 1 Van meergemeld besluit, onder anderen voor de Officieren van gezondheid, is omschreven zonder het koord op den klep en wijders het galon van boven om den rand, mitsgaders rechtstandige koordjes aan de beide zijden en van achteren van geel kemelsgaren, in stede van goud galon en tres, en de pompon van metaal volgens dat der knopen.

In 1856 werden er toch wel weer veranderingen aangebracht in een en ander.
Zo werden er nadere bepalingen gemaakt aangaande de sjako's der Grenadiers en Jagers en werden de vlammen bepaald.
Daar deze in eerste instantie niet werden gedragen .Onderstaand een interpretatie van de desbetreffende besluiten.

De grenadiersmuts, tot dusverre bij het regiment grenadiers en jagers gedragen, benevens de kolbak der muziekanten worden afgeschaft en vervangen door een schakot met de versierselen, volgens het model voor de tirailleur compagnieën van genoemd regiment vastgesteld.
De vangsnoeren voor de muziekanten echter in plaats van wit, van rood katoen, doorvlochten met gele zijde.
De tamboer-majoor draagt een kolbak met witte pluim, zoo als voor die der infanterie is vastgesteld. .
.
Bij de staven en korpsen van het leger, waar de Schako tot dusver niet van ene pluim of
vlam in grote tenue is voorzien, zal voortaan in dit geval, ene afhangende vlam, niet lager afhangende dan tot op den klep van den schakot, worden gedragen, en wel van paardenhaar voor de Officieren, en van wollen, kemelsgaren of saaien draden voor de onderofficieren en verdere manschappen.    .
De kleur der vlam zal zijn:
Rood voor de staven en korpsen, waarbij de Officieren gouden epauletten dragen, met uitzondering van de bataljons jagers en de tirailleur compagnieën, waarbij die donkergroen, en voor de muziekanten, waarvoor hij wit zal wezen, en zwart daar, alwaar de Officieren van zilveren epauletten of borduursels zijn voorzien.
Alleen bij het regiment grenadiers en jagers, dragen de Hoofdofficieren der grenadiers ene witte en die der jagers ene zwarte aigrette, met vergulde tulp en ring.
.
Als aanvulling op bovengenoemd nog de navolgende gegevens: Plaatselijke Commandanten en Officieren van Gezondheid hadden een vlam van rood paardenhaar, terwijl de Intendanten, Kwartiermeesters, Paardenartsen en Apothekers vlammen van zwart paardenhaar droegen.


.
De ordonnans-officieren van Z.M. de Koning krijgen op 3 augustus 1855 donkergroene lakense sjako's met zilveren uitmonstering.
Deze sjako's worden op 12 september 1856 vervangen door een kolbak van lichtbruin ottervel.
De officieren van de Koninklijke Marechaussee ontvangen op 23 juli 1856 bij het kleine tenue een sjako met omtrek en zilveren pompon als voor officieren der Dragonders.


Echter een tweetal maanden na invoering van de Schako was er blijkens verwarring ontstaan die noopte tot onderstaande aanvulling op het bestaande KB.



('sGravenhage, den 14den Juni 1854, no. 10, B.)

Aan de Commandanten van de Brigades Infanterie en van de Reserve Brigade, evenals van de commanderende Officieren van het Instructie Bataljon, Algemeen Depot van Discipline en Koloniaal Werfdepot en aan den Inspecteur der Artillerie.

Schakots. Ter voorkoming van allen twijfel over de toepassing van het Koninklijk besluit van den 15den Maart 11., no. 64, houdende wijziging van het tot dus verre bestaan hebbend model van schakot, op de adjudant-onderofficieren en de vaandeldragers bij de Infanterie en Artillerie, als ook op de conducteurs der Artillerie 1ste klasse, rang hebbende van adjudant-onderofficier, heb ik goedgevonden te bepalen, dat die onderofficieren, zullen dragen de schakot bedoeld bij art. 1 van opgemeld besluit, met dien verstande, dat de pompon, mitsgaders dat de band boven om, de koordjes oplopende langs, en het koord liggende op de klep van het schakot, in stede van-enkel goud galon of koord, zullen wezen half van goud galon of koord met gele zijde, volgens de modellen welke daarvan dezerzijds aan de hoofdadministratie der betrokken korpsen, worden toegezonden.
NB. Bij de bovenbedoelde beschikking is tevens_bepaald, dat de pompon, mitsgaders bovenband om en de koorden lopende langs de Schakots der adjudant-onderofficieren, standaarddragers en pikeurs bij het 1ste en 4de regiment Dragonders, en het regiment Jagers te paard, in stede van geheel zilver galon of koord, voortaan zullen zijn, half van zilver galon of koord, met witte zijde, áls ook dat door de fortificatieopzichters in stede van den hoed, de schakot zal worden gedragen, van het model bedoeld bij art. 1 van het besluit van den 15den maart 11., no. 64, met dien verstande echter, dat de pompon, mitsgaders de band boven om, de koorden oplopende langs, en het koord liggende op de klep van de schakot, in stede van enkel goud galon of koord, met gele zijde, volgens de modellen voor den adjudant-onderofficier bij het Bataljon Mineurs en Sappeurs vastgesteld.

Hieronder een afbeelding uit de Armamentaria, een tekening van Frans Smits sr.
De Sjako M.1854 en zijn directe voorlopers
Een aantal modellen van de sjako M1854 uit mijn verzameling.
Links boven Manschappen schutterij
Links onder hoofdofficier schutterij
Boven twee van links, manschappen infanterie
Rechts boven hoofdofficier medische dienst.
de Sjako M1854 ( PDF bestand op de site van het legermuseum )