De hoofddeksels van de Nederlandse Buitenlandse dienst volgens het reglement van 1931.

Voor de Buitengewone Gezanten en Gevolmachtigde Ministers:

Het groot kostuum (gala):

Steek met witte liggende veeren en gouden(zes strengs) lus en knoop van het
model A, oranje kokarde.

Het klein kostuum (half-gala)

Steek en degen als voor het groot costuum voorgeschreven, doch de degen gedragen in zwarte scheede.

Voor de hoofden van zending beneden den rang van buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister en voor de gezantschapsraden

De steek is voorzien van zwarte in plaats van witte liggende veeren

Voor de gezantschaps secretarissen:

Idem

Voor de gezantschaps attachees:

Idem

Artikel 2
De Nederlandsche diplomatieke ambtenaren in door onzen minister van Buitenlandse zaken aan te wijzen hete landen kunnen des verkiezende in plaats van de in artikel 1 voorgeschreven ambtskleeding de  volgende ambtskleeding dragen:

Witte helmhoed in overeenstemming met het model D (alhoewel deze mij niet bekend is , kan ik naar aanleiding van foto's aannemen dat het hier om het zgn. Engelse model gaat, met brede rand) gevoegd bij het koninklijk besluit van 8 januari 1908 no. 13, aan de voorzijde gedekt door het Nederlandsche wapen in goud en kleuren gewerkt op afneembaar wit laken. Volgens bijgaand model D .
Het onderscheid der rangen wordt voorts aangegeven als volgt:

Voor de buiten gewone gezanten en gevolmachtigde ministers:

De buitengewone en gevolmachtigde ministers dragen voorts op de afscheiding tussen bol en rand van den helmhoed een driedubbel gevlochten gouden koord.

Voor de hoofden van zending beneden den rang van buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister en voor de gezantschapsraden
De hier bedoelde hoofden van de zending dragen voorts op de afscheiding tusschen bol en rand van den helmhoed een enkel gevlochten koord.

Voor de gezantschaps secretarissen

Idem


Voor de gezantschaps attachees

Idem

De ambtskleeding der kanseliers zal gelijk zijn aan die der
Gezantschapsattachés zoals dezelve in artikel 1 en 2 is vast-
gesteld, met dien verstande dat de steek niet voorzien zal
zijn van veeren. En dat de lus en knoop van zilver zal zijn.