tekstbijdrage door F.A. Sint

Geachte lezer,
Teneinde  tot een goed begrip van de verschillende hoofddeksels der cavalerie te komen.
Leek het mij verstandig u mee te nemen naar de genealogie der korpsen tot ruwweg 1843.
Daar juist tot deze periode er vele naamswijzigingen en veranderingen in de sterkte der cavalerie hebben plaatsgevonden.
En dit leek mij wel de duidelijkheid ten goede komen.
Onderstaand dan ook een ruwe schets van de opeenvolgende wijzigingen.

Afdeling Kurassiers No. 1-___________________Opgeheven 1840.
Afdeling Kurassiers No. 2____________________Opgeheven 1830.
Afdeling Kurassiers No. 3 -___________________Zware dragonders No 1 in 1841
Afdeling Kurassiers No. 9 -___________________Zware dragonders No 2 in 1841
Regiment Lichte Dragonders No. 4-Lichte dragonders No 4 in 1841- Opgeheven in 1843
Regiment Lichte Dragonders No. 5- Lichte dragonders No 3 in 1841
Regiment Huzaren No. 6 -____________________2de regiment Lansiers in 1841
Regiment Huzaren No. 7-____________________(Cavalerie KNIL)
Regiment Huzaren No. 8-____________________Opgeheven 1830
Regiment Lansiers No. 10-____________________Opgericht 1818-1ste regiment Lansiers in 1841

Het onderscheid tussen lichte en zware dragonders kwam te vervallen in 1843

De situatie in 1843

Regiment dragonders No 1

Regiment dragonders No 2

Regiment dragonders No 3

1ste regiment Lansiers opgeheven in 1849

2de   regiment Lansiers opgeheven in 1849

De beide regimenten lansiers vormen in 1849

Regiment dragonders No 4

Deze situatie heeft bestaan tot 1866 toen werden alle cavalerie regimenten en hun onderdelen samengevoegd werden tot Huzaren.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------
De hoofddeksels van de cavalerie 1815-1940.

1815-Casque model 1815 voor Kurassiers

Algemene beschrijving:

Casque- het hoofdrond, en de voor en achterklep van ijzer, gemonteerd met een koperen kap voor de kuif, dito rand om de onderkant van de bol en de kleppen, mitsgaders een koperen leeuwenkop van voren, en de stormbanden voorzien van 16 a 17 koperen schubben met een rozet .
De kuif, van voren met groten kop, heeft de zwaarte van 5 ounces en twee loden.
Waarop zich aan de voorkant een hartvormig schildje bevindt, waarop een geel koperen springende granaat is bevestigd.
De kuif voorzien van een zwart paardenharen kuif,-
Voor trompetters voorzien van een rood geverfde paardenharen kuif- en een panache van witte hangende hanenveren, van 39,5 cm lang.
Gemonteerd in een tulp aan de linkerkant van de helm.

1821-Casque model 1821 voor Kurassiers


Als boven Echter de pluim verdween inclusief de pluimhouder

1823-Casque model 1823 voor Kurassiers

Als boven.Nu voorzien van een kokarde bevestigd aan de linkerkant. Vastgezet met een klein koperen knoopje.

Manschappen
Kokarde van oranje geverfd leer

Officieren.
Kokarde van oranje kemelsgaren met een zilveren rand


1838-Casque model 1838 voor zware Dragonders


Algemene beschrijving:
Casque, bol van ijzer met staal gemengd, van onder met een rand van zeehondenvel.
Zwart lederen voor en achterklep, overtrokken met een soortgelijk vel en omvat met koperen randen.
Koperen geschulpte stormbanden met dito dubbele gesp en lederen voering.
Koperen rozetten met moertjes en schroefjes.
Koperen leeuwenkop van iets kleiner model met oogjes en schroeven voor het bevestigen aan de bol .
Koperen kam met acht schroefjes en moertjes als voren.
Koperen kokarde, oranje kleurig geverfd met schroefje en moertje .
Granaat van wit metaal.
Vilten binnenkap met lederen bekleedsel.

Op de kam een zwarte afhangende staart van paardenhaar en dito pluim.
Voor de trompetters dit alles in wit.

Deze helmen voor de zware dragonders zijn gedragen tot 1845




1815-Hoge Sjako model 1815 voor lichte Dragonders

Sjako met witte pluim.

Hier zijn mij helaas geen nadere gegevens van bekend


1838-Casque model 1838 voor lichte Dragonders

Algemene beschrijving:
Bol van zwart verlakt vilt met voor en achterklep van zwart leder. Het beslag van Berlijns zilver.
De hoge bol aan beide zijden versterkt door twee rechtopstaande banden van Berlijns zilver.
Op de voorkant van de helm een Berlijns zilveren plaat(hoog 18cm)
Op het midden van deze plaat een ronde krans van eiketakken omgeven door zonnestralen waarbinnen het regiment nummer in geel metaal,(No 3-.4-.of 5.)
Aan de achterzijde was de bol afgezet met een rand van dun verlakt leder.
De voor en achterkant van de kleppen tevens voorzien van een rand van Berlijns zilver.
De kam van zilver en aan de voorkant voorzien van een oranje metalen kokarde van 4cm doorsnede.
De kuif van zwart paardenhaar.Korter dan bij de Kurassiers helmen.
Stormbanden van 16 zilveren schubben en rozetten van hetzelfde materiaal.

1841-Casque model 1841 voor lichte Dragonders.

Als boven. De paardenharen kuif verdween echter en werd vervangen door een zwarte afhangende paardenstaart.

Deze helmen voor de lichte dragonders zijn gedragen tot 1845.



1845-Casque model 1845 voor alle Dragonder regimenten.

Algemene beschrijving:
Casque van Berlijns zilver. De bol en de voor en achterklep omboord met een smalle rand van geel koper.Kam van geelkoper en in de ronding aan de voorkant voorzien van een leeuwenkop in reliëf.Op de voorzijde van de kuif tevens een kokarde van geel metaal. Onder aan de voorkant van de kuif een hartvormig schildje voorzien van een witmetalen vlammende granaat. De kuif aan de voorzijde voorzien van een rechtopstaande pluim van zwart paardenhaar ter hoogte van 11 cm en een afhangende zwarte paardenstaart. Deze in wit voor de trompetters. Koperen rozetten met moertjes en schroefjes.
Aan de voorkant een leeuw in reliëf, van aanzienlijk kleiner model dan de voorgaande helm.
De stormbanden van een stuk geelmetalen koperen, voorzien van ingewerkte schubben.

Deze helmen zijn gedragen totdat bij de verschillende regimenten dragonders de sjako's werden ingevoerd!

____________________________________________________________________
1815-De Stalmuts der Dragonders

Donker blauwe lakense stalmuts van plat Hongaars model met platte bol van geel laken negen duim overkruis. De naden met wit afgezet met een gele lakense band. Een kleine lakense klep Achter op de muts het nummer van de compagnie in wit laken.

1820- Wijziging van de stalmuts

Rode lakense stalmuts van plat Hongaars model met platte bol van blauw laken negen duim overkruis. De naden met rood afgezet met een blauw lakense band. Een kleine lakense klep Achter op de muts het nummer van de compagnie in rood laken.

1825- Wijziging van de stalmuts.

Manschappen:
Geheel donkerblauwe stalmuts(aan de onderofficieren schijnt deze al eerder uitgereikt te zijn)

Officieren:
De stalmuts voor officieren der Husaren geheel donkerblauw zonder uitmonstering en met een rand van zilvergalon van de volgende breedte:

Hoofdofficieren 27 mm breed.
Ritmeesters 20 mm breed.
Luitenants 14 mm breed

1842- Wijziging van de stalmuts.

Manschappen:
Stalmuts van donkerblauw laken met opstaande voor en achterklep, gele biezen en van voren een gele granaat. Aan de punt een geel kwastje van geel saai.

Officieren:
Als boven echter de granaat in zilver geborduurd en het kwastje van zilveren torsaden voor de subalterne officieren en voor de hoofdofficieren van zilveren bouillons.

1849- Wijziging van de stalmuts.

Manschappen:
Stalmuts van donkerblauw laken met opstaande voor en achterklep, rode biezen en van voren een rode granaat. Aan de punt een rood kwastje van geel saai.

Officieren:
Onveranderd

1852- Wijziging van de stalmuts.

Verdere gegevens ontbreken.

Deze stalmutsen der Dragonders zijn tot 1866 gedragen

_____________________________________________________________________

Woord van de auteur:
Een ingewikkeld verhaal zeker daar de benamingen en types van de verschillende helmen elkaar nog wel eens willen overlappen in verband met de vele wijzigingen van de benamingen der korpsen.
Ook heb ik geen poging ondernomen om de helmen voor de officieren nader te omschrijven, daar dit meestal buitenmodel helmen betrof en er vele variaties en uitvoeringen van bestonden. In het algemeen kan men echter wel vaststellen dat waar de manschappen metaal droegen dit bij de officieren van zilver was, en of vergulde materialen betrof.


Sjako's der dragonders van 1849 tot 1865

Algemene beschrijving:
Sjako hoog van voren zestien en van achteren een en twintig duimen, met zwart verlakt lederen bodem en dito klep.
De laatste van binnen groen geverfd.Van achteren een zwart lederen band in het midden vier duimen breed.
En schuin aflopend, zodanig dat die ter weerzijde, op twee en een halve duim voorbij de hoeken van de klep eindigde.
Voorts een zwart lederen verlakte keelband van vijf strepen aan de binnenkant der sjako bevestigt.Met zwarte gesp.
De lis van geplet metaal, of in buitenmodel van witte koorden, lang twaalf, en breed drie duimen- Dus aanzienlijk langer dan voor de overige troepen geen huzaren zijnde-.In het midden voorzien van ene kleine gebombeerde knoop.
Verder aan beide zijden en van achteren een drietal rechtopstaande wit  biezen.
Aan de achterzijde voorzien van een kleine knoop ter bevestiging van het vangsnoer.
De vangsnoeren in wit katoen voor minderen en van zilver voor de officieren als volgt:

Manschappen.
2 kleine katoenen kwasten

Onderofficieren
3 kleine katoenen kwasten

Officieren:
Luitenants 2 grote kwasten van torsaden
Ritmeesters 2 grote kwasten van bouillions
Hoofdofficieren 2 grote en 1 kleine kwast van bouillons


1850-1854- Sjako model 1850 voor het 1ste regiment Dragonders

Manschappen:
Bekleding van rood laken Aan de voorzijde bevond zich een oranje geverfde kokarde van leer met een lis en knoop, voorzien van een gebombeerde vlammende granaat van wit metaal.
Witte wollen of katoenen vangsnoeren. , aan de achterkant bevestigd doormiddel van een kleine gebombeerde witmetalen knoop voorzien van een vlammende granaat.
Verder aan beide zijden en van achteren een drietal rechtopstaande wit katoenen biezen
Om de bovenkant van de Sjako werd een drie centimeter brede band van wit katoen gedragen.
Hierboven was een tamelijke grote metalen pompoen van voren gebombeerd, van achteren plat van rood geverfd metaal bevestigt.
Voor de onderofficieren was deze pompoen van rood koordsaai vervaardigd.
Verder een zwart wollen of koordsaaien afhangende vlam.

Officieren:
Bekleding van rood vilt Aan de voorzijde bevond zich een oranje geplooide zijden kokarde met een lis en knoop, voorzien van een gebombeerde vlammende granaat van wit metaal.
Witte zilveren vangsnoeren. , aan de achterkant bevestigd doormiddel van een kleine gebombeerde witmetalen knoop voorzien van een vlammende granaat.
Verder aan beide zijden en van achteren een drietal rechtopstaande witte zilveren biezen
Om de bovenkant van de Sjako werd een drie centimeter brede band van geweven zilver draad gedragen.
Hierboven was een tamelijke grote pompoen van voren gebombeerd, van achteren plat van rood geverfde torsaden of bouillons bevestigt.
Verder een  vlam van zwarte afhangende hanenveren.

1854-1865-Sjako model 1854 voor het 1ste regiment Dragonders

Manschappen:
Bekleding van donkerblauw laken Aan de voorzijde bevond zich een oranje geverfde kokarde van leer met een lis en knoop, voorzien van een gebombeerde vlammende granaat van wit metaal.
Witte wollen of katoenen vangsnoeren. , aan de achterkant bevestigd doormiddel van een kleine gebombeerde witmetalen knoop voorzien van een vlammende granaat.
Verder aan beide zijden en van achteren een drietal rechtopstaande rood katoenen biezen
Om de bovenkant van de Sjako werd een drie centimeter brede band van rood katoen gedragen
Hierboven was een tamelijke grote metalen pompoen van voren gebombeerd, van achteren plat van rood geverfd metaal bevestigt.
Voor de onderofficieren was deze pompoen van rood koordsaai vervaardigd.
Verder een zwart wollen of koordsaaien afhangende vlam

Officieren:
Bekleding van donkerblauw vilt Aan de voorzijde bevond zich een oranje geplooide zijden kokarde met een lis en knoop, voorzien van een gebombeerde vlammende granaat van wit metaal.
Witte zilveren vangsnoeren. , aan de achterkant bevestigd doormiddel van een kleine gebombeerde witmetalen knoop voorzien van een vlammende granaat.
Verder aan beide zijden en van achteren een drietal rechtopstaande rode zijden biezen Om de bovenkant van de Sjako werd een drie centimeter brede band van geweven rood geverfd zilver draad gedragen.
Hierboven was een tamelijke grote pompoen van voren gebombeerd, van achteren plat van zilveren torsaden of bouillons bevestigt.
Verder een  vlam van zwarte afhangende hanenveren.

1854-1865- Sjako model 1854 voor het 2de regiment Dragonders

Manschappen:
Bekleding van donkerblauw laken Aan de voorzijde bevond zich een oranje geverfde kokarde van leer met een lis en knoop, voorzien van een gebombeerde vlammende granaat van wit metaal.
Witte wollen of katoenen vangsnoeren. , aan de achterkant bevestigd doormiddel van een kleine gebombeerde witmetalen knoop voorzien van een vlammende granaat.
Verder aan beide zijden en van achteren een drietal rechtopstaande wit katoenen biezen
Hierboven was een tamelijke grote metalen pompoen van voren gebombeerd, van achteren plat van witgeverfd metaal bevestigt. Voor de onderofficieren was deze pompoen van wit koordsaai vervaardigd.
Verder een zwart wollen of koordsaaien afhangende vlam.
Om de bovenkant van de Sjako werd een drie centimeter brede band van wit katoen gedragen.

Officieren:
Bekleding van donkerblauw vilt Aan de voorzijde bevond zich een oranje geplooide zijden kokarde met een lis en knoop, voorzien van een gebombeerde vlammende granaat van wit metaal.
Witte zilveren vangsnoeren, aan de achterkant bevestigd doormiddel van een kleine gebombeerde witmetalen knoop voorzien van een vlammende granaat.
Verder aan beide zijden en van achteren een drietal rechtopstaande witte zijden biezen Om de bovenkant van de Sjako werd een drie centimeter brede band van geweven zilver draad gedragen.
Hierboven was een tamelijke grote pompoen van voren gebombeerd, van achteren plat van zilveren torsaden of bouillons bevestigt.
Verder een vlam van zwarte afhangende hanenveren

1854-1865- Sjako model 1854 voor het 3de regiment Dragonders


Manschappen:
Bekleding van donkerblauw laken
Aan de voorzijde bevond zich een oranje geverfde kokarde van leer met een lis en knoop, voorzien van een gebombeerde vlammende granaat van wit metaal.
Witte wollen of katoenen vangsnoeren. , aan de achterkant bevestigd doormiddel van een kleine gebombeerde witmetalen knoop voorzien van een vlammende granaat.
Verder aan beide zijden en van achteren een drietal rechtopstaande rood katoenen biezen
Om de bovenkant van de Sjako werd een drie centimeter brede band van rood katoen gedragen
Hierboven was een tamelijke grote metalen pompoen van voren gebombeerd, van achteren plat van rood geverfd metaal bevestigt.
Voor de onderofficieren was deze pompoen van rood koordsaai vervaardigd.
Verder een zwart wollen of koordsaaien afhangende vlam.

Officieren
Bekleding van donkerblauw vilt Aan de voorzijde bevond zich een oranje geplooide zijden kokarde met een lis en knoop, voorzien van een gebombeerde vlammende granaat van wit metaal.
Witte zilveren vangsnoeren. , aan de achterkant bevestigd doormiddel van een kleine gebombeerde witmetalen knoop voorzien van een vlammende granaat.
Verder aan beide zijden en van achteren een drietal rechtopstaande rode zijden biezen Om de bovenkant van de Sjako werd een drie centimeter brede band van geweven rood geverfd zilver draad gedragen.
Hierboven was een tamelijke grote pompoen van voren gebombeerd, van achteren plat van zilveren torsaden of bouillons bevestigt.Verder een  vlam van zwarte afhangende hanenveren.

1849-1865- Sjako model 1849 voor het 4de regiment Dragonders


Manschappen:
Bekleding van lichtblauw laken
Aan de voorzijde bevond zich een oranje geverfde kokarde van leer met een lis en knoop, voorzien van een gebombeerde vlammende granaat van wit metaal.
Witte wollen of katoenen vangsnoeren. , aan de achterkant bevestigd doormiddel van een kleine gebombeerde witmetalen knoop voorzien van een vlammende granaat.
Verder aan beide zijden en van achteren een drietal rechtopstaande wit katoenen biezen
Verder aan beide zijden en van achteren een drietal rechtopstaande wit katoenen biezen Hierboven was een tamelijke grote metalen pompoen van voren gebombeerd, van achteren plat van witgeverfd metaal bevestigt.
Voor de onderofficieren was deze pompoen van wit koordsaai vervaardigd.
Verder een zwart wollen of koordsaaien afhangende vlam
Om de bovenkant van de Sjako werd een drie centimeter brede band van wit katoen gedragen.

Officieren
Bekleding van lichtblauw vilt Aan de voorzijde bevond zich een oranje geplooide zijden kokarde met een lis en knoop, voorzien van een gebombeerde vlammende granaat van wit metaal.
Witte zilveren vangsnoeren. , aan de achterkant bevestigd doormiddel van een kleine gebombeerde witmetalen knoop voorzien van een vlammende granaat.Verder aan beide zijden en van achteren een drietal rechtopstaande witte zijden biezen
Om de bovenkant van de Sjako werd een drie centimeter brede band van geweven zilver draad gedragen.
Hierboven was een tamelijke grote pompoen van voren gebombeerd, van achteren plat van zilveren torsaden of bouillons bevestigt.
Verder een vlam van zwarte afhangende hanenveren

1815-1841-De sjako's der Husaren regimenten


1815- De eerste aanzet.

Sjako naar Frans model met geel en zwarte vangsnoeren witte panache en hangende hanenveren,
Aan de voorzijde ene grote kokarde met lis en knoop.
Geen andere versiering de zwarte pluim direct op de sjako gestoken zonder pompon Effen gele vangsnoeren.

1816- Enige wijzigingen van model

Manschappen:
Sjako naar Frans model met een gekroonde W op de voorkant in geel metaal.De bovenste rand van de Sjako omzet met geel en zwart galon.

Officieren:
De sjako heft een om de bovenrand een drievoudig galon, de gouden vangsnoeren en de pluim in een gouden bol vervat de pluim van onder zwart en van boven wit.


1820-1841 De sjako der Husaren No 6.


Manschappen:
Bekleding van zwart laken.
De sjako als van de Dragonders( en juist die informatie ontbreekt mij)
Het nummer (nummer 6.) op de voorkant van de sjako.
De stormbanden.,en de leeuwen van geel metaal.
Galon om de bovenkant van de sjako, vangsnoeren en pompoen geel met zwart.
De pluim ter lengte van 260 strepen van hanenveren  voor

Huzaren en Korporaals: Geheel zwart
Wachtmeesters:             Van onderen wit ter lengte van 80 strepen.Van boven zwart.
Opperwachtmeesters:    Geel en zwart door elkaar

In 1824 werden de pluimen tot de helft verkort voor zowel de Husaren alsook voor de trompetters.


officieren:
Als boven echter het garnituur verguld.
De oranje met zilver zijden kokarde onder de bovenste goudgalen rand gemonteerd(om de plooien en de rand van deze kokarde waren zilveren en soms gouden pailletten geplaatst.) De lis iets langer dan dat der manschappen.
De stormbanden van geel metalen gladde schubben op leer bevestigt.
De schubben mat verguld met gladde randen.
Goudgalon om de bovenkant van de Sjako voor:

Hoofdofficieren 27 mm breed.
Ritmeesters 20 mm breed.
Luitenants 14 mm breed.

De vangsnoeren van goud voor:

Hoofdofficieren 2 grote en 1 kleine kwast van bouillons
Ritmeesters 2 grote kwasten van bouillions
Luitenants 2 grote kwasten van torsaden

1820-1841 De sjako der Husaren No 7.

Dit korps is spoedig naar Nederlandsche Indien vertrokken en zal in dat kader worden besproken.

1820-1841 De sjako der Husaren No 8

Als boven echter het nummer op de plaat No 8, en de garnituur en tressen in het wit voor manschappen en van zilver voor officieren.

1820-De Stalmuts der Husaren

Donker blauwe lakense stalmuts van Hongaars model met platte bol van lichtblauw laken negen duim overkruis.
De naden met geel afgezet met een lichtblauwe lakense band.
Een kleine lakense klep Achter op de muts het nummer van de compagnie van lichtblauw laken.

De stalmuts m 1820 voor officieren der Husaren geheel lichtblauw zonder uitmonstering en met een rand van goudgalon van de volgende breedte:

Hoofdofficieren 27 mm breed.
Ritmeesters 20 mm breed.
Luitenants 14 mm breed

1839- De stalmuts precies volgens model vastgelegd

Het irriteerde blijkens dat er vele verschillende modellen en uitvoeringen van de stalmuts bestonden , van daar dat nu alles nader werd vastgesteld.
Onderstaand de exacte tekst van deze vaststelling.

De politiemuts  (noot:het is mij niet duidelijk of men hiermee een totaal ander hoofddeksels bedoeld, of de stalmuts van eerder model bedoeld?Het probleem is namelijk dat men in deze periode vier termen bezigd nl. Politiemuts-Kwartmuts-Kwartiermuts en Stalmuts-)  blijft licht blauw met donkerblauwe passepoils.
De omtrek dezelve samengesteld uit 4 stukken door passepoils van dezelfde kleur van laken aanelkander verenigt.
De hoogte a tot b (in fig. b) gemeten zal voor alle mutsen zijn 11 Nederlandse duimen.
Het galon zal de breedte hebben van 5 Nederlandse duimen.
De bodem voor een gewoon hoofd 16 Nederlandse duimen diameter.
De klep gemeten (in figuur c) van a tot b moet zijn 5 Nederlandsche duimen van c tot d moet zijn 16 Nederlandse duimen.
De omtrek dezelve een gebroken vierkant uitmakende met een blauw passepoil geboord. En van onderen gevoerd met groen marokijn leder. Er komt insgelijks een donkerblauw boven om de muts zoals uitgeduid is.

Deze stalmutsen voor de Husaren zijn gedragen tot 1841.

1820-1841-De kolbak der trompetter Husaren

Manschappen
Kolbak van zwarte berenhuid rode kolbakzak. De vangsnoeren, pompon en stormbanden als dat van de sjako der Husaren. Geheel witte pluim.

Officieren
Niet in de sterkte opgenomen.


1818-1849- De chapka's der regimenten Lansiers

1818-chapka regiment No 10 der lansiers.


Algemene beschrijving
Hoofdgedeelte van zwart leder, afdalend in een punt naar de nek toe.
Galon van wit katoen boven op het hoofdgedeelte van 3cm breed.
De bovenkant is gemaakt uit stof in de kenmerkende kleur van de eenheid.
De imperiaal is van binnen ondersteund door een metalen plaat en 2 koperdraden. Het imperiaal heeft rechts een bevestigingshaak voor de kinketting.
Vanaf het imperiaal tot op het hoofdgedeelte zijn er biezen, langs de naden die ook een kruis vormen boven op het imperiaal.
Het vizier heeft een koperen rand.
Een zon uit koper versiert de voorkant.
Op deze zon een ingestanste halve cirkel van wit metaal met geel metalen No 10.    
Leeuwenkoppen in koper links en rechts van het hoofdgedeelte.
Een ketting uit koperen ringen genaaid op stof in de kleur van de eenheid.
De pompon in oranje wol
De pluim is van witte struisveren en word achter de pompon gestoken.
De vangsnoeren in wit katoen voor minderen en van zilver voor de officieren als volgt:

Manschappen.
2 kleine katoenen kwasten
Onderofficieren
3 kleine katoenen kwasten
Officieren:
Luitenants 2 grote kwasten van torsaden
Ritmeesters 2 grote kwasten van bouillions
Hoofdofficieren 2 grote en 1 kleine kwast van bouillons

Manschappen:
Stof van het imperiaal van donker groene stof, de biezen van wit katoen.Oranje wollen pompon. Een pluim van rechtopstaande struisveren. De nummers op de voorplaat van de zon ingestanst.

Officieren:
Als boven, echter de witte biezen verzilvert, en de geel metalen onderdelen verguld. De pompon voorzien van een zilveren rand. En de No 10 van losse vergulde cijfers.Pluim van hangende witte hanenveren achter de pompon gestoken.

Deze Chapka's voor de lansiers No 10 zijn gedragen tot 1841

1841-chapka regiment No 1 der lansiers
Als boven echter met nummer 1 op de voorplaat.

1841-chapka regiment No 2 der lansiers

Als boven echter met nummer 2 op de voorplaat.En de stof van het imperiaal van gele stof.

Deze Chapka's voor de lansiers No 1 en 2  zijn gedragen tot 1849.



1865-Sjako model 1865 van geheel nieuwe opzet bestemd voor de gehele cavalerie in 1866 van model geworden.

Algemene beschrijving:
Sjako hoog van voren 12 en van achteren achttien cm, met zwart verlakt lederen bodem en dito klep.
De laatste van binnen groen geverfd.
Van achteren en verder rond omlopend een zwart lederen band.
De lis van wit reliëf metaal, of in buitenmodel van witte koorden, lang twaalf, en breed drie duimen In het midden voorzien van ene kleine gebombeerde gladde knoop.
Verder aan beide zijden en van achteren een drietal rechtopstaande witte  biezen.
Aan de achterzijde voorzien van een kleine knoop ter bevestiging van het vangsnoer.
De vangsnoeren in wit katoen voor minderen en van zilver voor de officieren als volgt:

2de luitenant twee kwasten van zilveren torsaden
1ste luitenant drie kwasten van zilveren torsaden.
Kapitein twee kwasten van zilveren bouillons
Majoor drie kwasten van zilveren bouillons
Luitenant kolonel(overste) vier kwasten, de onderste twee van zilveren bouillons de bovenste van gouden bouillons.
Kolonel vier kwasten van  zilveren bouillons

Voor de minderen als volgt:
Vangsnoer voorzien van drie witte kwasten.

De vangsnoeren 1.4 meter van lengte.

Hierboven was een tamelijke grote metalen pompoen van voren gebombeerd, van achteren plat boven de lis gemonteerd.

Noot van de auteur: Dit alles lijkt mij eerder een verkorte versie te zijn van de Sjako M 1842, en niet de nieuwe sjako model 1865 die voor de overige troepen werd vast gesteld.

Manschappen:
Bekleding van zwart laken Aan de voorzijde bevond zich een oranje geverfde kokarde van leer met een lis en knoop, voorzien van een gebombeerde vlammende granaat van wit metaal.
Witte wollen of katoenen vangsnoeren. , aan de achterkant bevestigd doormiddel van een kleine gebombeerde witmetalen knoop voorzien van een vlammende granaat.
Verder aan beide zijden en van achteren een drietal rechtopstaande wit katoenen biezen
Verder aan beide zijden en van achteren een drietal rechtopstaande wit katoenen biezen
Hierboven was een tamelijke grote metalen pompoen van voren gebombeerd, van achteren plat van witgeverfd metaal bevestigt.
Voor de onderofficieren was deze pompoen van wit koordsaai vervaardigd.
Verder een zwart wollen of koordsaaien afhangende vlam Om de bovenkant van de Sjako werd een drie centimeter brede band van wit katoen gedragen.

Officieren:
Bekleding van zwart vilt Aan de voorzijde bevond zich een oranje geplooide zijden kokarde met een lis en knoop, voorzien van een gebombeerde vlammende granaat van wit metaal. Witte zilveren vangsnoeren. , aan de achterkant bevestigd doormiddel van een kleine gebombeerde witmetalen knoop voorzien van een vlammende granaat.Verder aan beide zijden en van achteren een drietal rechtopstaande witte verzilverde biezen Om de bovenkant van de Sjako werd een drie centimeter brede band van geweven zilver draad gedragen. Hierboven was een tamelijke grote pompoen van voren gebombeerd, van achteren plat van zilveren torsaden of bouillons bevestigt.Verder een vlam van zwarte afhangende hanenveren

Deze sjako is maar zeer kort gedragen namelijk tot 1867 toen de kolbak werd ingevoerd.


1867 De kolbak der huzaren
.
Algemene beschrijving:
Van zwarte zeehonden bont, voorzien van witte metalen leeuwen aan de linker, rechter en rechterbovenkant.Kinketting op stof of leer van geschakelde witmetalen schakels. Kokarde, en rode kolbakzak met witte kwast en bebiezing. Witte vangsnoeren met lus en knevel.


Manschappen en onderofficieren.
De kokarde van oranje wol, de leeuwen van wit metaal de kolbakzak van rood katoen en de biezen hierop en de kwast van wit kwast. Vangsnoeren van wit katoen. Achter kokarde een pluim van rechtopstaande witte gemsenharen

Officieren
De kokarde van oranje omzet met zilveren torsaden. De leeuwen verzilvert. De kinketting van geribbelde verzilverde schakels op fluweel de kolbakzak van fijn laken en de biezen en kwast van verzilverde stof. Achter de kokarde een bewerkte zilveren tulp met een pluim van rechtopstaande hanenveren.

1910- De kolbak van verbeterd model


Als boven echter iets lager van model en de top voorzien van een fijn gazig rooster dat gesloten kon worden door een leren klep met lus. Deze klep was voor de officieren van zwart lakleer.

De kolbak is gedragen tot 1940, om na de oorlog weer in gewijzigde vorm terug te komen.


DE KEPIE: Van politiepet tot fraai hoofddeksel.

1865- Experimenten om te komen tot een meer praktisch hoofddeksel

Daar de sjako met overtrek voor het dagelijks en marsch tenue was afgeschaft, zocht men een alternatief. Deze vond men al vrij snel in een petje dat ook algemeen werd gedragen door de verschillende gemeentelijke en landelijke politiediensten. De zgn.“veldwachters” of politie pet. Dit was eigenlijk de voorloper van de latere kepie en een koninklijk besluit waarin een en ander ingevoerd en beschreven word ben ik helaas niet tegenkomen. Dus ik tast voor wat de precieze omschrijving en invoering data een beetje in het duister.Ik meen echter dat deze pet die ook wel veldpet werd genoemd tijdens of direct na 1865 werd ingevoerd.Uit de geringe informatie die ik heb kunnen vinden het volgende:

Manschappen en onderofficieren
Pet van laag model ongeveer 8cm hoog. Bekleding van zwart laken. Op de boven kant een dunne rode of blauwe bies, op de onderkant een galon van witte stof. Ronde kokarde met knoop en lis van wit koord (ik heb geen aanwijzing kunnen vinden dat de latere metalen kokarde toen al is gevoerd). Storm riem van verlakt lederen met witl metalen gesp.Vallende lederen klep.De naden gebiesd in rood of blauw.

Officieren
Idem echter met een kokarde en lis van torsaden of bouillons.Het galon boven de klep van zilver. Bekleding van zwart laken.

Hoofdofficieren.
Idem echter de bovenste bies van zilverdraad.

Deze muts is gedragen tot 1879.











Hoofddeksels van de cavalerie
foto's van drogonderhelmen in musea
afbeeldingen periode 1795 - 1814
afbeeldingen periode 1814 - 1820
afbeeldingen periode 1841 - 1853
afbeeldingen periode 1854 - 1863
terug naar start
Klik hier voor het vervolg